EIPHNH

 

Het keerpunt van "Smurfette".

Ik was altijd een van die mensen die riep dat je figuur en gewicht een gegeven waren, dat dit te maken had met genetische aanleg, je natuurlijke lichaamsbouw, en dat je er daarom maar een zeer beperkte invloed op kon uitoefenen. “Sommige mensen hebben geluk: die kunnen alles eten wat ze willen en komen geen grammetje aan,”, zei ik altijd, “terwijl anderen na ieder gebakje een nieuw zwembandje zien verschijnen. Zo is het verdeeld in de wereld. En ik hoor bij die laatste groep.”

Natuurlijk kun je extreem gedrag gaan vertonen, zoals streng diëten en veel sporten, maar de ervaring leert dat dat slechts een beperkt resultaat oplevert, dat bovendien van tijdelijke aard is. Zo'n extreme levensstijl is immers onmogelijk vol te houden en zodra je ermee ophoudt ben je binnen de kortste keren weer terug bij af. Verspilde moeite. Daar komt bij dat dit zogenaamde jojo-effect veel ongezonder is dan op een stabiel gewicht blijven, zelfs als dat wat te hoog ligt. Een prima redenering waarmee ik alle verantwoordelijkheid afschoof en een perfect excuus om geen moeite te doen gezond te leven.

Ik genoot dus volop van de leuke (lees: lekkere) dingen die het leven te bieden heeft, onder het motto ‘je leeft maar één keer‘. In mijn tienerjaren waren een Hema-rookworst, saucijzenbroodje, hamburger, of ijsje na schooltijd geen uitzondering; een zak chips tijdens een tussenuur ook niet.

Als kind en puber was ik mollig. Niet echt dik, maar ‘gevulder' dan gemiddeld. Het was niet zodanig dat ik er op school mee gepest werd. Ik kon best goed meekomen met de gymles en was een verdienstelijk hockeyster, maar ik was me er wel van bewust dat de meeste meisjes slanker waren dan ik. Ik droeg bijvoorbeeld nooit een bikini, omdat ik vond dat ik daar te dik voor was. Ik vraag me wel eens af hoe mijn pubertijd eruit zou hebben gezien als iedereen om me heen van die strakke korte truitjes had gedragen die ik nu in het straatbeeld zie. Gelukkig groeide ik op in de jaren tachtig, dus het dragen van wijde kleding was helemaal in en dat kwam goed uit.

Na de middelbare school, op mijn achttiende, ging ik studeren. Ik ging het huis uit en de vrijheid om te leven zoals ik wilde nam toe. Ik studeerde Voeding van de Mens en kreeg dus veel theorie over voeding, het menselijk lichaam, en gezondheid voor mijn kiezen. Ook de sociale en psychische aspecten van voeding kwamen aan de orde. Tijdens mijn afstudeeropdrachten onderzocht ik onder andere de invloed van conditie- en krachtsport op het ontstaan en verloop van hart- en vaatziekten. Met veel belangstelling verdiepte ik me in de materie. Je zou denken dat dit mij mijn levensmotto zou doen heroverwegen, maar niets is minder waar. Ik begreep de theorie heel goed, maar legde geen verband met mijn eigen dagelijkse praktijk.

Ondertussen kwam ik verscheidene kilo's aan. Hoeveel precies wist ik niet, want ik ging bewust niet op de weegschaal staan. Dat durfde ik niet.

Toen ik na mijn afstuderen ging werken en een auto kocht, werd het er bepaald niet beter op. Het gemak en de vrijheid die een auto je opleveren zijn verslavend. Ik fietste nauwelijks meer, omdat het gewoonweg niet nodig was. Het initiatief om wekelijks met een vriendin een uur te gaan squashen was ook geen lang leven beschoren, doordat de motivatie er gewoon niet was en dus ieder excuus werd aangegrepen om niet te gaan.

Op een gegeven moment besloot diezelfde vriendin een jaarabonnement bij de sportschool te nemen om te gaan fitnessen. Dit abonnement moest vooruitbetaald worden en zou zodoende een stok achter de deur zijn om het vol te houden, had ze bedacht. Ik vond het bewonderenswaardig, maar zag het mezelf niet doen. Ik ben meer het teamsporttype. Het gaat mij om het spelelement en de competitie. Dat ik daarbij beweeg en calorieën verbrand is een mooie bijkomstigheid. Me suf rennen of fietsen op zo'n apparaat, zonder een duidelijk direct doel, zoals het scoren van een doelpunt of het winnen van een wedstrijd, zag ik dus niet zitten.

Toen deze sportschool op een zondag een open dag had, nodigde mijn vriendin me uit om samen met haar te gaan kijken. Ik zag er geen heil in, maar het kon ook geen kwaad, dus liet ik me over halen. Je kon die dag gratis overal in, apparaten uitproberen, en uitleg krijgen over het aanbod en de begeleiding. Ook bestond de mogelijkheid om voor 25 Euro een proefabonnement voor 2 weken te nemen, zonder verdere verplichtingen. Hoewel ik de sfeer wel positief vond en het personeel professioneel en kundig op mij overkwam, bleef ik sceptisch. Uiteindelijk besloot ik toch zo'n proefabonnement te nemen. Het vooruitzicht dat ik niet alleen zou hoeven gaan, maakte het idee wat minder onaantrekkelijk. Wie weet zou het wel gezellig worden.

Toen brak het moment aan waarop ik letterlijk en figuurlijk onder ogen moest zien hoe ik er aan toe was. Om een passend programma te kunnen opstellen moesten mijn gewicht, vetpercentage, en conditie worden gemeten en werd er gevraagd naar mijn doel: afvallen, conditie opbouwen, sterker worden, etc. Mijn hart klopte in mijn keel toen ik na jaren voor het eerst op de weegschaal ging staan. Het getal dat in het display verscheen heeft nog lang op mijn netvlies gestaan. Ook de conditietest leverde een vrij zorgelijk beeld op. Het was confronterend, maar het gaf me tegelijkertijd de eerste motivatie om er iets aan te doen.

Met deze ervaring op zak begon ik aan mijn mini-programma. Ik bedacht me dat dit alleen kans van slagen had als ik het serieus nam en dus ook op mijn voeding zou gaan letten. Na afloop van het sporten dus geen zak chips of een vette pizza meer. Ik ging gezonder en bewuster eten en het begon (eindelijk) tot me door te dringen hoeveel calorieën er in bepaalde voedingsmiddelen zitten.

Na afloop van de twee weken vond er een evaluatiegesprek op de sportschool plaats, waarbij dezelfde metingen werden gedaan als aan het begin. Ik was nieuwsgierig naar mijn vooruitgang. Ik had met meer plezier gesport dan ik van te voren had gedacht en voelde me fitter dan voorheen.

Toen ik op de weegschaal stapte viel ik bijna om van verbazing: ik was ruim 6 kilo afgevallen! Ook mijn vetpercentage was wat gedaald en mijn conditie verbeterd. Over de vraag of ik mijn abonnement wilde verlengen of wilde stoppen hoefde ik geen seconde na te denken: natuurlijk ging ik door! Ongeacht of er nog een verdere verbetering in zat of dat ik op dit niveau zou blijven, ik was zo trots en blij dat ik dit had bereikt, dat ik het in geen geval meer uit handen wilde geven.

Achteraf gezien was dit het moment waarop er bij mij ‘een knop om ging'. Het was een openbaring. Iets dat ik totaal niet had verwacht en zelfs niet voor mogelijk had gehouden, was toch gebeurd. Het was me gelukt om iets wezenlijks te veranderen, dit (weliswaar korte tijd) vol te houden, en het had een merkbaar en meetbaar resultaat opgeleverd.

Nu, 5 jaar later, kan ik met recht concluderen dat dit geen kortstondige opleving was met een beperkt of tijdelijk resultaat. Ik heb echt een andere levensstijl geadopteerd. Ik sport nog steeds een tot twee keer per week, eet bewust, heb een stabiel gewicht en een figuur waar ik blij mee ben. Hoewel mijn eet- en beweegpatroon totaal anders zijn dan voorheen, ervaar ik ze niet als extreem. Ze vergen weliswaar enige planning en discipline, maar zijn goed vol te houden. Telkens wanneer ik erover nadenk realiseer ik me weer dat datgene wat ik ervoor over moet hebben bij lange na niet opweegt tegen datgene wat ik ervoor terugkrijg. Ik zal niet meer onbezorgd een hamburger, een stuk taart of een coupe ijs eten zonder dit op een of andere manier te compenseren met extra bewegen of de dag erna minder eten. Daar staat tegenover dat ik veel beter in mijn vel zit, meer zelfvertrouwen heb, en bijvoorbeeld veel meer keuze heb bij het kleding-shoppen, wat een heel grote hobby van me is. Genoeg dingen om van te genieten dus!

Door deze realisatie ben ik anders tegen het leven aan gaan kijken. Het is tot op zekere hoogte wel degelijk maakbaar. Natuurlijk zijn er obstakels die verandering moeilijk en vaak tijdrovend maken, maar je doet jezelf te kort als je op voorhand al zegt “dat kan ik niet“ of “dat is niet voor mij weggelegd“. Ik weet nu dat ik dingen zal moeten doen die ik moeilijk vind, waar ik tegenop zie, dat ik over drempels zal moeten stappen, grenzen zal moeten verleggen, zal moeten incasseren of soms gewoon geduld zal moeten hebben, om erachter te komen of iets haalbaar is of niet. Ik ben zelf verantwoordelijk voor mijn leven. Het is aan mij om kansen te grijpen, ze op te zoeken en ze misschien zelfs te creëren. Niet alles is bereikbaar, maar ik weet zeker dat er veel meer mogelijk is dan ik ooit van te voren zal kunnen vermoeden.