EIPHNH

 

Het keerpunt van Sami.

 

Het belangrijkste moment dat de rest van mijn leven heeft bepaald is het moment waarop mijn vader mij van de school heeft gehaald waar ik toen op zat en me naar een andere school heeft gebracht. Ik was toen een jaar of twaalf. Ik zat op school in Amsterdam-Oost (Zeeburg) en de nieuwe school was daar ook.

Mijn vader vond het onderwijs op mijn oude school kwalitatief niet hoog genoeg. Hij was ook bang dat ik met de verkeerde mensen omging, die mijn toekomst negatief zouden beïnvloeden. De school was inderdaad vrij slecht, ondanks het feit dat het daar wel gezellig was.

De nieuwe school was heel anders dan de oude school: er zaten totaal andere leerlingen op. De sfeer was compleet anders en het niveau was veel hoger. Het was heel erg wennen voor mij. Ik moest ineens huiswerk maken, daar had ik gewoon nooit van gehoord. Bovendien zaten op de oude school voornamelijk kinderen van Marokkaanse afkomst, zoals ikzelf, en op de nieuwe school zaten overwegend kinderen van Nederlandse afkomst.

Ik werd geconfronteerd met het feit dat ik een behoorlijke achterstand had. Ik ben gelijk dat jaar ook blijven zitten (groep 7). De docent zei tegen me dat hij me wel kon laten overgaan maar dat ik dan in de volgende klas écht in de problemen zou komen. Hij hamerde er ook op dat je het voor jezelf moest doen en niet voor hem of een ander.

De nieuwe school heeft er ook voor gezorgd dat ik socialer werd. Een voorbeeld is dat ik op de oude school nauwelijks contact had met meisjes. Dat was een andere wereld voor mij. Op de nieuwe school ging dat veel gemakkelijker. In het algemeen werd ik trouwens ook opener en socialer.

Ik ging me meer inzetten en zag dat ik me daar beter door ging voelen. Ik voelde me meer verantwoordelijk voor mijn eigen leven, ging me ook meer verdiepen in mijn geloof. Ik ging mezelf allerlei vragen stellen: doe ik het wel goed? Voor wie doe ik dit eigenlijk allemaal?

Ik ging op zoek naar mezelf en begon me daarmee ook meer te verdiepen in de islam. Voor mij was dat een goede ontwikkeling. Het begon er eigenlijk mee dat ik mijn vader zag bidden en ik merkte dat ik dat ook wilde. De keuze om te gaan bidden kwam helemaal uit mezelf. Ik voelde me daar heel goed bij.

Ik was wel al eerder naar de Marokkaans school geweest en had daar wat Koranverzen geleerd maar dat was eigenlijk alleen maar basiskennis. Ik wist niet goed wat die verzen inhielden.

Mijn grootvader was imam. Ik heb gemerkt dat kinderen vaak het tegenovergestelde doen van datgene wat hun ouders doen. Mijn vader werd geen imam en is dus gelijk minder met het geloof bezig dan mijn opa en ik heb me er weer meer in verdiept dan mijn vader toen hij net zo oud was als ik, een golfbeweging over de generaties.

Het geloof betekent voor mij eigenlijk goedheid, het juiste doen. Ik probeerde me zoveel mogelijk aan de regels te houden. Er waren mensen die tegen me zeiden dat ik het toch niet zou redden om vijf keer per dag te bidden. Ik heb er moeite mee als mensen tegen me zeggen dat ik iets niet kan: dat maakt juist dat ik me meer ga inzetten en dan blijkt dat ik het wél kan. Pas als ik over mezélf zeg dat ik iets niet kan, is het belangrijk. Als een ander zegt dat ik iets niet kan, dan zegt het meer over die ander dan over mij. Mensen bedoelden het ook niet altijd slecht als ze zoiets zeiden; ze wezen me er gewoon op dat het moeilijk was (op mijn leeftijd) om al die geloofsregels te volgen. Als ik van de vierentwintig uur die in een dag zitten niet eens drie kwartier over heb om door te brengen met God, dan moet ik het wel érg druk hebben!

Ik ben mijn vader dankbaar voor het besluit dat hij heeft genomen. Als hij dat niet had gedaan, dan had ik niet de kans gekregen om me zo te ontwikkelen als ik nu heb gedaan. Ik zou ook op een lager niveau zitten qua opleiding en werk dan nu. Sociaal zou ik ook een achterstand hebben opgelopen. Ik had het wel gered maar met veel meer moeite en pijn. Ik hoor dagelijks verhalen van kinderen die vanuit school of van hun ouders te horen krijgen dat ze iets niet kunnen. Dat heeft een gigantische impact, op een negatieve manier, op hun latere leven en loopbaan. Ze gaan zelf in die negatieve boodschap geloven. Ze nemen dan genoegen met een lager niveau dan ze eigenlijk hebben.

Ik geloof zelfs dat je niet alleen moet doen wat je aankunt, maar meer dan dat. Wat je aankunt dat heb je al, dus waarom zou je niet iets meer nastreven?

Ik kom uit een relatief klein gezin, ik heb drie zusjes, ik ben de oudste en de enige jongen. De oudste zus werkt als haarstyliste. Ze heeft daarvóór wel haar school afgemaakt. Ze is goed in haar werk, het ligt haar bijzonder goed. Mijn andere zusje studeert nog aan de HBO, International Business & Management. Mijn derde zusje doet VMBO-T.

Ikzelf heb HBO Communicatie gedaan en doe nu de studie Communicatiewetenschappen aan de universiteit. Ik werk tevens als medewerker bezoeken op een afdeling Communicatie bij de Gemeente Amsterdam.

Kortom, dit alles is toch het effect van het feit dat mijn vader onze opleiding en toekomst heel belangrijk vond en vindt. Daarom is het besluit van mijn vader om mij naar een andere school te sturen absoluut het keerpunt in mijn leven geweest.