EIPHNH

 

Het keerpunt van Paulus.

 

Als ik ga kijken naar mijn denkbeelden over de wereld en hoe ik tegen de wereld aankijk, dan is dat vrij constant.

Ik kan me herinneren van mijn tijd op de middelbare school (1968-1974) dat we discussies hadden in de klas of daarbuiten, met medeleerlingen, over de maatschappij, over de wereld. Ik zat eigenlijk tijdens de flowerpower-tijd op school maar heb er net geen onderdeel van uitgemaakt. Een kenmerk van die tijd was toch dat we veel meer keken naar de ander: wat hij/zij vond, wat hij voelde, hoe hij tegen de wereld aankeek. Er was minder eigenbelang, minder “ego” dan nu bijvoorbeeld. Zoals elke jonge idealist ging ik uit van het goede in de mens. Ik vond ook dat de maatschappij daarop moest zijn ingericht. Ik moet zeggen dat dit wel veranderd is in de loop der tijd.

Ik ben vanaf 1970 politiek actief, al vanaf de tijd dat ik op de middelbare school zat, ik was vijftien. Ik heb toen meegewerkt aan de organisatie van een conferentie met het thema “Natuur in de jaren zeventig”. 1970 was namelijk uitgeroepen tot een natuurbeschermingsjaar. De term “milieu” was toen nog helemaal niet gangbaar maar daar ging het natuurlijk wel om. Het bleek toen al dat het niet alleen ging om natuurbescherming maar om de vraag hoe je als maatschappij met het leefklimaat omgaat.

Ik herinner me dat Wagner (directeur Shell) een presentatie hield op de conferentie. Hij hield een waanzinnig verhaal. Shell had toen in Pernis een aantal hoge schoorstenen gebouwd. Hij vertelde dat Shell met name daarmee liet zien dat het bedrijf milieuvriendelijk was. De afvalstoffen gingen namelijk zó hoog de lucht in dat ze zouden verdwijnen in het “niets”. Volgens hem was het zo dat bij een gewone schoorsteen de rook naar beneden ging en dat dit schadelijk was voor het milieu. Louter hoongelach van de conferentiegangers natuurlijk, maar zo ging dat.

Deze conferentie is voor mij een vormend punt geweest. Ik realiseerde me dat het over meer ging dan alleen natuur. De conferentie heeft er mede toe bijgedragen dat ik verder ben gegaan in de politiek.

Ik was echt een natuurliefhebber (ben ik nog steeds). Vandaar mijn naam: ik heet geen Paulus maar Paul. Men vond echter Paulus (analoog met de boskabouter) beter bij mij passen. Ik heb de liefde voor de natuur van mijn ouders meegekregen.

Ik ben geboren in Amsterdam-Slotermeer. Ik heb ook nog in Slotervaart gewoond. Ik kijk vanaf mijn werkplek op dit huis uit!

Ik ben na de middelbare school biologie gaan studeren, niet echt verbazend, gezien mijn liefde voor de natuur. Ik heb echter altijd politieke ambities gehad, ook toen al. Op de middelbare school zat ik met mijn vriendjes al kabinetten samen te stellen! Ik ben altijd bezig geweest met het potentieel van andere mensen: wat kunnen ze betekenen en hoe kunnen ze zich inzetten?

Aan de linkerzijde had je toen nogal veel partijen en ik heb best een tijdje moeten nadenken over welke partij het best bij mij paste. De keuze zou nu wat makkelijker zijn dan toen. Ik heb uiteindelijk gekozen voor de PSP maar ben pas lid geworden in 1978.

Ik heb mijn studie biologie niet afgemaakt. Ik heb vijf jaar gestudeerd maar heb me tijdens mijn studie vooral beziggehouden met bestuurswerk. Op de meeste faculteiten hadden communistische studenten de overhand. Bij biologie was dat bijna niet: die faculteit was wat los, wat divers. Wel over het algemeen links. Een klein groepje studenten daar haalden hun opdrachten van het districtskantoor van de CPN. De mensen van toen behoren nu vaak tot de gematigde linkse groep.

Nadat ik was gestopt met mijn studie ben ik gaan werken. Ik kreeg een baan aangeboden bij de gemeenteraadsfractie van de PSP. Ik heb dat niet zo lang gedaan. Een vriend van mij had een drukkerij en hij vroeg mij op een gegeven moment of ik er interesse in had om drukker te worden. Dat heb ik toen een aantal jaren gedaan. Een erg leuk en boeiend vak.

Ik heb mijn vervangende dienstplicht vervuld als gebouwenbeheerder bij de PSP. Tegelijkertijd zat ik ook in het bestuur van die partij. Dat kwam op zich allemaal heel mooi uit. Veel verdien je niet als dienstplichtige maar ik heb nooit veel verdiend: dat had geen prioriteit. Ik was voornamelijk bezig met politiek.

In 1983 ben ik een eigen bedrijf begonnen, ook een drukkerij. Ik had toen een tijdje politiek niet zoveel te doen. Ik had mezelf daarmee als het ware ingedeeld bij de “klassenvijand”. Ik werd ineens werkgever en dat was in linkse kringen toch wel heel bijzonder of ook wel “not done”. Het was geen tijd waarin je makkelijk een baan kreeg: de werkeloosheid was hoog.

Ik was toen secretaris van de Vereniging voor Linkse Doorbraak. We wilden graag dat de linkse partijen (meer) gingen samenwerken. Ik had als taak onder andere dat ik de ledenadministratie moest bijhouden. Ik zag het kaartenbaksysteem niet zo erg zitten. Dat was toen wel de normale manier. Ik stelde de club voor om een computer aan te schaffen om de administratie bij te houden. Ze vonden dat een risicovolle investering. Ik heb toen voorgesteld om de computer zelf aan te schaffen en ook zelf een programma te schrijven voor de ledenadministratie. Ik had geen idee of ik dat kon maar ik schatte zo in van wel. Ik had wel wat ervaring uit mijn tijd als gebouwenbeheerder. Ik ben drie maanden bezig geweest met het schrijven van dat programma en het werkte! Ik heb dit werk als bedrijf gedaan, voor verschillende andere verenigingen. Ik heb zo een klantenkring opgebouwd.

Uiteindelijk heb ik de computer ook gebruikt om te gaan zetten voor drukwerk. Dat lukte ook aardig. Ik was een van de eersten die met de computer zetwerk deed. Het was wel heel bewerkelijk en secuur: je kon niet zien wat je deed dus het risico was groot dat je een vergissing maakte en dat deze het eindresultaat erg beïnvloedde. Ik heb toen een eigen zetmachine gekocht, tweedehands. Het bedrijf groeide en ik kreeg wat personeel. We hebben vervolgens ook een eigen bedrijfsruimte gekregen. Ik werkte voornamelijk voor non-profit organisaties maar ook wel voor commerciële bedrijven.

Mijn bedrijf heb ik pas vorige week (de week van 8 september 2008, F .) overgedragen. Ik heb het 25 jaar lang gehad. Degene die het bedrijf nu runt, heeft al zes jaar de dagelijkse leiding gehad.

Later heb ik – samen met een aantal anderen – de Vereniging Groen Links opgericht. In 1998 ben ik gevraagd om voorzitter te worden van Groen Links Amsterdam. Ze vroegen me aanvankelijk of ik in het bestuur wilde en dat zag ik eigenlijk niet zitten. Ik had altijd al organisatorische klussen gedaan. Ik wilde wel terugkomen in de politiek maar alleen als voorzitter. Ik wilde gewoon meer bezig zijn met het inzetten van mensen op de juiste plek, hun talenten gebruiken. Tot mijn verbazing werd ik toen ook gevraagd voor het voorzitterschap, tegen mijn eigen verwachting in.

Ik ben daarna directeur geworden van Groen Links Amsterdam. Dat was een behoorlijke ommezwaai, afgezet tegen mijn zelfstandig ondernemerschap. Ik heb daar heel veel plezier in gehad, maar je moet dat niet te lang doen.

Ik ben nu lid van het Dagelijks Bestuur van Stadsdeel Slotervaart. Dat is echt de uitvoerende politiek. Ik geef nog wel scholingen binnen de partij. Ik kan ook goed zien hoe nieuwe leden tegen de politiek aankijken. Ik vind dat Groen Links haar wortels teveel verwaarloost. Er zijn te weinig mensen in de partij die weten hoe het bijvoorbeeld was in de jaren tachtig. Het gaat niet alleen om een discussie over de inhoud en het doel van de politiek maar ook over de (actie)middelen die je gebruikt. Groen Links gaat er nu vanuit dat het doel wordt bereikt via parlementaire organen, terwijl er veel meer manieren zijn om dit te bewerkstelligen. Verandering bereik je doordat mensen in meerderheid vinden dat het die kant uit moet: kranten, de straat, debatten etc. Daarom zijn politieke acties heel erg belangrijk.

Je ziet dat de weblogs van politici een enorme rol spelen in de beeld- en opinievorming. Ze worden goed bezocht. Ik ben zelf iets minder enthousiast over het bijhouden van een weblog. Ik doe het liever op andere manieren. Als je het goed wilt doen, moet je echt meerdere keren per week aandacht besteden aan je weblog.

Ik ben mijn (politiek) idealisme nooit kwijtgeraakt, in de loop der jaren. Als ik nu kijk naar de genoemde weblogs en de reacties daarop, dan zie ik dat binnen tien of vijftien reacties de discussie alweer gaat over Marokkanen versus Nederlanders. Rechts voert de boventoon. In de tachtiger jaren had je ook mensen die zo dachten maar die hielden het voor zich, in tegenstelling tot nu. Het is nu precies andersom.

De beeldvorming ten aanzien van de overheid is ook veranderd: de overheid wordt beschouwd als een zakkenvuller. Cynisme en het “wij-zij” denken. Er worden verbanden gelegd tussen feiten die niets met elkaar te maken hebben: zelfs het feit dat de noord-zuid lijn verzakt is de schuld van de multiculturele samenleving, bij wijze van spreken. Ik kan daar erg verdrietig van worden.