
EIPHNH
Het keerpunt van Nesrin.
Mijn vader is zeven jaar geleden overleden. Ik was negentien toen hij overleed. Mijn keerpunt had te maken met zijn overlijden. Hij is een hele tijd ziek geweest. Uiteindelijk is hij bezweken aan die ziekte.
Ik was nog erg jong. Je kunt het wel volwassen noemen, negentien, maar het is natuurlijk altijd heel ingrijpend om een ouder te verliezen.
Mijn vader had vier dochters, ik was de tweede. Wij zijn door hem beschermd opgevoed. Hij zei: “Niemand komt aan mijn dochters, dat zijn mijn oogappeltjes”. Hij heeft ons zeer geëmancipeerd opgevoed, nooit afhankelijk zijn van een man. Hij vond het belangrijk dat we onze diploma's haalden, onze studie afmaakten, een rijbewijs haalden en daarna kwam het trouwen pas, zo zag hij dat. Hij was absoluut geen voorstander van vroeg trouwen.
We hebben ook meegekregen van hem dat we alle praktische dingen alleen moeten kunnen, zonder man, zoals een band verwisselen, weten hoe je autopech oplost. Niet dat ik nooit de ANWB bel maar ik ben door hem wel opgevoed met het idee dat vrouwen alles moeten kunnen wat mannen kunnen. Daar ben ik blij mee.
Wij zijn, zoals ik al zei, beschermd opgevoed en na zijn overlijden zijn ons heel veel dingen duidelijk geworden. We hebben meegekregen van mijn ouders dat we altijd het goede in mensen moesten zien, dat mensen zo slecht nog niet waren. Je moest wel uitkijken maar mensen hebben altijd iets goeds in zich. Roddels, criminaliteit, drugs en al die zaken, daar zijn wij niet mee opgevoed: dat leek allemaal heel ver weg.
Toen mijn vader overleed, ging ik letterlijk en figuurlijk de wijde wereld in. Toen ben ik keer op keer keihard op mijn bek gegaan: ik kwam erachter dat mensen schijnheilig konden zijn, dat mensen in je gezicht glimlachten en ondertussen een mes in je rug staken, dat mensen konden roddelen, dat ze niet het beste met je voorhebben, dat ze soms niet te vertrouwen waren. Ik ging me toen afvragen: “Waarom zijn mensen zo? Waarom zijn ze zo gemeen en willen ze anderen pijn doen??”.
Ik vind het jammer dat wij dat niet van mijn vader hebben meegekregen. Toen hij kwam te overlijden zijn mijn moeder, mijn zusjes en ik keihard op onze bek gegaan, als vrouwen in een Marokkaanse gemeenschap. De wereld bleek hard te zijn en niet zorgzaam en liefdevol. Dat was heel moeilijk om te zien en te ervaren.
De eerste keer dat ik dit merkte was vlak na het overlijden van mijn vader. Een halfjaar daarna waren we op bezoek bij hele goede vrienden van mijn ouders. We waren te eten uitgenodigd. We waren gewend dat we bij hun altijd met z'n allen aan tafel zaten, met z'n negenen moet dat zijn geweest. Mannen en vrouwen bij elkaar, zo zijn wij opgevoed, niet mannen en vrouwen apart. Dit keer deden we dat weer. De vader van dat gezin was wel thuis maar hij zat niet bij ons aan tafel, hij zei ons gedag. Hij gaf ons alleen een hand terwijl we elkaar normaliter altijd een kus gaven of omhelsden. Dat vonden we al vreemd en natuurlijk ook dat hij niet bij ons aan tafel kwam zitten. Mijn moeder vroeg aan haar vriendin waar haar man bleef en of hij er niet bij kwam zitten. Zij antwoordde dat hij al in de keuken had gegeten en dat hij weg moest. Wij vonden dat inderdaad vreemd maar we dachten: “Het zal wel goed zijn”. Je gaat uit van het goede in de mens.
Mijn moeder zat er heel erg mee in haar maag. Die vond het heel pijnlijk en ze was er heel erg emotioneel onder. Dit waren mensen met wie wij lief en leed hebben gedeeld en we hadden verder al geen familie hier dus voor mij waren dit mijn oom, tante, neefjes en nichtjes. Dat was erg hard.
Toen we later thuis mijn moeder hierover vragen stelden, legde ze uit dat in de Marokkaanse cultuur, wanneer een man komt te overlijden en de weduwe is nog vrij jong, de andere vrouwen bang zijn dat zij hun man inpikt. Dat was heel schokkend, toen ze dat vertelde. Mijn moeder heeft hier heel veel pijn en verdriet van gehad.
Langzamerhand voelde mijn moeder steeds meer op deze manier de afstand tussen haar en haar vrienden. Op een gegeven moment merkte ze dat degenen die bij ons op bezoek kwamen alleen nog vrouwen waren. De mannen bleven weg. Heel hard en naar om te zien en te ervaren.
Mijn moeder is vrij modern in haar opvattingen en wij zijn absoluut niet op deze manier opgevoed. We begrijpen de Marokkaanse cultuur natuurlijk wel. Dit gaat niet over de islam, dit is de cultuur en het zijn de mensen die dit ervan maken. Vreselijk zonde. Alsof mijn moeder zat te wachten op een man!
Ik probeer zelf steeds – zowel privé als in mijn werk – het goede uit mensen te halen maar het is hard en moeilijk. Ik ben erachter gekomen dat de mens eigenlijk slecht is……sommige mensen willen een ander kwaad doen. Ik zit dan met zoveel vragen: ik kan niet geloven dat iemand geboren is met slechtheid, iemand kan goedaardig worden geboren en ergens in zijn leven kwaadaardig worden. Dat vind ik heel moeilijk.
Toen ik ging nadenken over datgene wat echt het keerpunt in mijn leven is geweest, kwam ik erachter dat ik verschillende kleine keerpunten had maar dat deze allemaal betrekking hadden op het overlijden van mijn vader. Het heeft een enorme impact op mijn leven gehad. Ik had hem graag nog in mijn leven willen hebben, om dingen met hem te bespreken en uitleg van hem te krijgen.
Mijn vader was een keihard werkende man. Om acht uur ging hij de deur uit en kwam om zes uur thuis. Dan zaten we te eten en dan keken we het zes uur journaal met z'n allen. Mijn vader gaf dan na het eten iedereen de tijd en de gelegenheid om te vertellen over de dag. Hij gaf altijd preken en adviezen. We discussieerden ook veel over actuele zaken, op heel jonge leeftijd al. Toen hij wegviel, verdwenen deze dingen ook allemaal. Heel jammer.
Mijn moeder deed die dingen ook wel maar het was gewoon anders. Mijn moeder was toch altijd thuis maar mijn vader alleen na zessen. Mijn moeder verzorgde ons feitelijk. Later is ze ook wel gaan werken maar ze was dan alweer thuis als wij uit school kwamen rond vier uur. Zij ving ons op, zij was de hele dag met ons bezig en voor mijn vader was het na zessen quality time met zijn dochters.
Ik mis hem nog steeds, mijn zusjes ook. Het heeft op ons allemaal een enorme impact gehad.
Deze ervaringen hebben mij enorm veranderd. Het heeft jaren geduurd voordat ik het allemaal kon accepteren. Ik zie die dingen om me heen gebeuren, nog steeds. Ook bij andere mensen. Ik ben er hard door geworden en het heeft mijn ogen geopend voor het feit dat die kant van het leven er ook is.
Ik probeer mijn jongere zusje, die achttien is, voor al deze dingen te behoeden. Maar soms moet ook zij keihard op haar bek gaan voordat ze het doorheeft en ervan leert. Ik wil haar ook graag dingen zelf laten inzien.
In mijn doen en laten ben ik nog zacht maar van binnen ben ik door deze gebeurtenissen hard geworden. Ik ben waakzamer.
Dit alles heeft me wel gemaakt tot wie ik nu ben. Als ik dit niet had meegemaakt zou ik de maatschappelijke ontwikkelingen van de afgelopen jaren absoluut niet kunnen verwerken: Mohammed B. die Theo van Gogh heeft vermoord, Ayaan Hirschi Ali die met de dood is bedreigd, al die dingen. Ik zou daardoor in een crisis komen. Ik ben er wel verdrietig over maar kan ermee omgaan.
Alles gebeurt met een reden: het overlijden van mijn vader, de valkuilen waar ik in ben gestapt. Dat accepteer ik ook. Deze levenservaring probeer ik te gebruiken in mijn dagelijks leven, privé en werk.
Ik vind het mooi om met jongeren te werken (ik ben leerplichtambtenaar). Jongeren zijn ook nog heel naïef. Ik probeer in mijn gesprekken met de jongeren mijn levenservaring te gebruiken. Het lukt me allemaal wel, ook bij die stoere jongetjes die dan bij de leerplichtambtenaar moeten komen. Daar ben ik dan wel trots op.