EIPHNH

 

Het keerpunt van Aouatif.

 

Wij gaan in de zomer altijd op vakantie naar Marokko, op familiebezoek. Toen ik klein was vond ik dat best vervelend. Ik wilde ook wel eens naar een ander land.

Later besefte ik, naar aanleiding van gesprekken met mijn vader, dat hij het heel belangrijk vond dat wij onze achtergrond zouden meekrijgen. Die paar weken Marokko per jaar waren voor hem ontzettend belangrijk.

Een vast onderdeel van ons verblijf in Marokko was een bezoek aan mijn oma. Zij woont in het Rif-gebergte (ik ben van Riffijnse afkomst). Je moet je daar echt het platteland bij voorstellen, het boerenbestaan, zonder luxe. Men woont in lemen huizen en het water komt uit de put. Wat er geoogst wordt, dat eet je.

Ik zag er altijd tegenop om daarheen te gaan want je hebt daar geen luxe, dat wil zeggen geen elektra, geen WC-papier etc. Dat is voor kinderen gewoon écht niet leuk. Ik wilde gewoon van alle gemakken voorzien zijn.

Deze houding veranderde toen ik zestien was. Mijn oma vertelde me allerlei verhalen over de jeugd van mijn ouders. Ik vond het heel leuk om die verhalen te horen. Ze vertelde heel levendig over vroeger en wees allerlei plekken aan waar bepaalde gebeurtenissen hadden plaatsgevonden.

Dat zette mij aan het denken: als mijn vader er niet voor zou hebben gekozen om naar Nederland te komen, dan had dit ook míjn verhaal kunnen zijn! We hadden het er ook over hoe zwaar het leven daar was. Er waren natuurlijk ook een paar meiden van mijn leeftijd. Als je uit Nederland komt, word je daar echt gezien als “Guus Geluk”, omdat je niet bent opgegroeid waar zij zijn opgegroeid. Zo wordt er naar je gekeken.

Dat is ook wel begrijpelijk want het is gewoon niet gemakkelijk om daar te leven, de tradities, het fysiek zware werk, ook voor vrouwen. De mannen werken op het land, de vrouwen zijn thuis, dat wordt gezien als de luxe situatie voor vrouwen. Vrouwen zullen niet zo snel reizen of het dorp uit gaan. Het is niet zo dat vrouwen niet buiten komen. Ze gaan ook gewoon naar de markt bijvoorbeeld om te shoppen maar niet om te werken.

Wat interessant is om te zien is dat, wanneer een vrouw weduwe is of gescheiden, zij het werk van de man gewoon overneemt. Ze doet dan gewoon de dingen die een man ook doet. Ze moet wel! Ze wordt er wel om beklaagd: die arme vrouw die al dat mannenwerk moet doen. Dat is niet eervol. Daar komt dat idee vandaan dat het beter is voor een vrouw binnenshuis te verblijven, dat is geen onderdrukking maar goed zorgen voor je vrouw en je dochters!

Vrouwen die dus wél een man hebben zijn er gewoon ook heel gelukkig mee, dat ze worden onderhouden en verder (buitenshuis) niet zoveel hoeven te doen.

Ik bedacht me toen dat mijn karakter, mijn instelling, zoals die zich in Nederland hebben ontwikkeld, daar totaal niet passen, zelfs botsen met de levenswijze daar. Hier is het zelfredzaamheid en onafhankelijkheid waar je in je ontwikkeling naartoe gaat.

Ik heb weleens een dagboek bijgehouden. Toen ik bij mijn familie in Marokko was, schreef ik daar natuurlijk ook in. Mijn tantes keken me dan echt aan met een blik van: “Wat ben jíj nou aan het doen?? Zit je nou alweer te schrijven? Jullie kunnen ook alléén maar schrijven en lezen!”

Dat kwam omdat mijn zusje ook altijd boeken meenam, als we naar het platteland gingen. Ze dacht dat ze zich toch zou gaan vervelen in dat “stomme dorp”. Mijn andere zusje had dan haar MP3-speler bij zich. Zij was dáár dan weer constant mee bezig. Die familie begreep daar helemaal niets van! Wat mankeerde die meiden?? Waarom die afzondering? Die individualiteit?

Aan de hand van mijn dagboek kwam toen een hele discussie op gang over het feit dat wij in Nederland alleen maar lezen en schrijven leren en verder geen typisch vrouwelijke taken, zoals het huishouden. Mijn oma – die heel wijs is – zei toen: “Nee, laat dat kind want die pen en dat papier zullen haar verder brengen”. Als je daar bijvoorbeeld als vrouw uitblinkt in koken, dan heb je status. Mijn oma maakte duidelijk dat dit in mijn leven niet zo was.

Toen ik daar rondliep zag ik inderdaad hoe zwaar al die vrouwen het hadden, ook met de zorg voor de kinderen. Je moet uren lopen als je naar een ziekenhuis moet. Dat is voor hun heel normaal. Maar als je bijvoorbeeld het geld niet hebt voor een medische behandeling, dan houdt het op. Dan zul je geld moeten lenen. Er is geen ziektekostenverzekering.

Op een keer stond ik op een bergtop en keek naar beneden. Ik zag daar al die vrouwen aan het werk, op het land, in de hitte. Ik vond het zelf al bloedheet en voelde me echt een “mietje” vergeleken met hun! Het waren jonge meiden, net zo oud als ik toen was. Ze vroegen me ook wel dingen over mijn leven en ik vertelde daarover. Ze keken me dan echt heel verwonderd aan. “Wat een prachtig leven!” Dan gaf me altijd een dubbel gevoel, een schuldgevoel ook wel.

Ik heb het geluk gehad dat ik in Nederland ben geboren. Dat is puur toeval, geen prestatie. Toen ik geboren werd, was er geen verschil tussen mij en hun. Het is echter een gigantisch verschil of je daar bent geboren of hier. Dat is lotsbestemming.

Toen beloofde ik mezelf dat ik echt iets van mijn leven zou maken, omdat ik dat aan mezelf maar zeker ook aan die vrouwen, daar in het Rif-gebergte, verschuldigd was. Ik heb daar heel vaak aan gedacht, wanneer ik bijvoorbeeld tot in de late uurtjes zat te studeren en doodmoe was. Ik zei dan tegen mezelf: “Niet zeuren. Andere mensen hebben het veel moeilijker dan jij!” Zo heb ik mezelf telkens weer een beetje opgepept.

Ik reageer ook zo als ik van anderen hoor dat ze het zo zwaar hebben hier in Nederland omdat ze - bijvoorbeeld – worden gediscrimineerd. Dat is natuurlijk ook wel zo maar als je jezelf vergelijkt met anderen, die niet eens de kans krijgen om hier in Nederland (of waar dan ook) te studeren en iets van hun leven te maken, moet je keihard werken. Je moet gewoon goed zijn, zó goed dat niemand om je heen kan!

Stel je gaat ergens solliciteren en je bent gewoon supergoed op dat specifieke vakgebied, dan zal zelfs een baas die zijn twijfels heeft over het inhuren van iemand van een bepaalde afkomst of met een bepaalde achtergrond, je tóch aannemen.

Kortom, het verblijf in Marokko op mijn zestiende – ik was daar twee weken – is echt een belangrijk keerpunt in mijn leven geweest. Mijn vader heeft ons heel bewust daar naartoe gestuurd. Daar ben ik van overtuigd.

Ik vond het vreselijk daar. Voor mijn gevoel was het véél langer dan twee weken. Ik heb zelfs echt gehuild! Ik heb mijn vader ook opgebeld met de boodschap: “Ik wil hier weg! Kom me halen!” Ik was ook ziek geworden: ik at niks want dat eten vond ik raar, ik was dat niet gewend. Zoals ik al zei, je eet daar gewoon wat er geoogst wordt en dat had ik op een gegeven moment wel gehad. Ik wilde een Danoontje of zo!

Op een gegeven moment besloot ik om door te bijten, ik at gewoon mee, klaar uit. Mijn zusje was wat jonger dan ik en zij at gewoon niks! Mijn tante ging dan – lopend! – voor haar speciaal naar de delicatessenwinkel om zulke dingen als Danoontje etc. te halen. Ze vond het vreselijk dat mijn zusje niet at. Gasten moeten nu eenmaal goed eten. Ze ging ook speciaal voor mijn zusje 's ochtends eieren zoeken tussen de kippen want dat lustte ze dan wel. Mijn tante was zo zorgzaam, heel lief.

Ik besefte gewoon hoe weinig wij eigenlijk konden hebben. We zijn echt verslaafd aan de maatschappij waarin we zijn opgegroeid. Maar ik wist dat ik over twee weken weer weg zou zijn. Die andere vrouwen zijn afhankelijk van hun bestaan daar. De enige manier waarop zij vooruitgang kunnen boeken is een huwelijk sluiten met iemand die hoger op de maatschappelijk ladder staat. Ik verafschuw het om afhankelijk te zijn van een man. Dat is daar echter heel gewoon.

Mijn oma maakte er wel eens grapjes over: “Als jij hier was geboren was je eraan onderdoor gegaan, aan het zware leven hier”.

Ik weet wel dat, als ik daar zou zijn geboren, ik net zo afhankelijk zou zijn van anderen als die vrouwen. Er zitten zulke slimme meiden tussen maar zij stoppen op een gegeven moment met school, dat is daar normaal. Je gaat alleen verder als je ouders geld hebben bijvoorbeeld. Die meiden zijn gewoon veroordeeld tot een bepaald bestaan. Ze hebben de keuze niet.

Dat was absoluut voor mij het keerpunt: ik ben het verschuldigd aan mezelf maar zeker ook aan hun om het beste uit mijn leven te halen. Ik kan in dit land een verschil maken, ik heb een opleiding kunnen doen. Ik heb de kansen gekregen om me te ontwikkelen en die kansen heb ik gegrepen. Ik heb ambities en die wil ik waarmaken. Vanuit mijn religie geloof ik ook dat, als je de kans krijgt van God, je die absoluut moet pakken.

Ons verblijf in Marokko was voor mijn vader zeker een essentieel onderdeel van onze opvoeding en voor ons – zo blijkt achteraf – ook.

Mijn beide oma's wonen inmiddels in een grotere stad in Marokko maar mijn opa woont nog steeds in het Rif-gebergte. Hij is blind en over de honderd. Ik vind het verschrikkelijk dat hij daar zo alleen zit. Hij kan ook naar de stad verhuizen en daar verzorgd worden door familie maar hij vertikt het zijn landgoed in de steek te laten. Hij vind het sowieso belachelijk dat de rest van de familie naar de stad is getrokken en hun eigendommen zoals het land achter hebben gelaten, hem niet gezien, hij wil er sterven.

Afgelopen jaar ben ik er ook weer naartoe gegaan. Mijn familie had verwacht dat ik naar de stad zou gaan, shoppen met mijn tantes, maar ik wilde persé naar mijn opa. Hij was ontzettend blij dat ik er was, hij had het ook niet verwacht. Hij dacht: “Die kleinkinderen van mij in Nederland die zijn mij allang vergeten”. Blind als hij is, heeft hij heel goed voor me gezorgd en laten zorgen. Ik voelde me nog steeds het kleinkind van tien terwijl ik inmiddels vierentwintig ben!

Ook daardoor besefte ik weer hoe bijzonder het leven eigenlijk is: door een daad van één persoon, mijn vader (die het besluit heeft genomen naar Nederland te gaan), kan er zo ontzettend veel veranderen.