
EIPHNH
Het keerpunt van Abdel.
Ik heb verschillende keerpunten in mijn leven gehad.
In augustus 1977 zijn we naar Nederland gekomen vanuit Marokko. Mijn vader woonde al in Nederland, vanaf 1964. Dit hield in dat we ineens een vader in huis hadden en dat kun je toch wel als een keerpunt beschouwen! We waren in totaal met z'n achten, vader, moeder en zes kinderen. Een van mijn zussen is in Marokko gebleven. Zij was net te oud om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning. Ze is uiteindelijk in Marokko getrouwd en voorgoed daar gebleven. Ik was negen toen we naar Nederland kwamen. Het was behoorlijk wennen!
Toen we hier aankwamen bleek dat mijn vader van de woningbouwvereniging nog geen woning had gekregen. We konden gelukkig bij zijn vriend terecht. 66 vierkante meter met een hele troep kinderen, die van hem en wijzelf natuurlijk! Dat hebben we twee maanden volgehouden. Toen kregen we een woning aangeboden in Osdorp. Ik heb van 1977 tot 1984 in Osdorp gewoond. Ben daar opgegroeid.
Het ging goed. Ik had de Nederlandse taal snel door. Wij waren het tweede Marokkaanse gezin in de straat! Dat is nu moeilijk voor te stellen……..het was heel anders dan nu. Ik had alleen Nederlandse vriendjes en vriendinnetjes. Daardoor was ik in staat om snel Nederlands te leren.
Na de lagere school ben ik naar de LTS gegaan. Dat was toen heel gewoon voor Marokkaanse jongens. Mijn vader vond dat ik automonteur moest worden. Een vak leren want het plan was toen nog dat we zeker naar Marokko zouden terugkeren. Mijn vader is namelijk in de vijftiger jaren, samen met een groot aantal andere Marokkanen, uit Algerije gezet (hij werkte toen in Algerije). Dat was een uitvloeisel van de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog. Hij wilde dit absoluut niet nog een keer meemaken! Nederland had toen een tekort aan arbeidskrachten. Daarom kwam dat eigenlijk goed uit: de mensen die waren uitgezet konden als ze dat wilden naar Nederland komen om te werken. Mijn vader ging ervan uit dat we zoveel mogelijk geld bij elkaar moesten zien te krijgen om vervolgens terug te keren naar Marokko. Hij was er namelijk van overtuigd dat we ook door Nederland zouden worden uitgezet.
Ik ben inderdaad hulp-automonteur geworden na de LTS. Daarna ging ik naar de “streekschool” (een combinatie van een dag per week naar school en de rest van de week werken). Ik vond het best aardig om automonteur te zijn maar ik wilde dit werk zeker niet elke dag de rest van mijn leven doen! Ik ben van de streekschool afgegaan. Ik ben MAVO gaan doen en daarna ging ik bij een beveiligingsbedrijf werken. Dit heb ik vijf jaar gedaan.
In 1989 is mijn broer vermoord. Dat was een enorm keerpunt in mijn leven. Ik ben daarna heel anders over het leven gaan denken. Mijn broer is vermoord door zijn zwager (de broer van zijn vrouw). Mijn broer en zijn vrouw hadden onenigheid. Zijn zwager lag te slapen en werd ervan wakker. Er ontstond een gevecht tussen mijn broer en zijn zwager. Toen heeft de zwager een mes gepakt uit de keuken en heeft mijn broer doodgestoken. Diezelfde avond heeft mijn broers vrouw gezegd dat mijn broer weg was met een paar vrienden van hem. Uiteindelijk is na onderzoek door de politie naar voren gekomen wat er zich werkelijk had afgespeeld. Het lichaam van mijn broer is teruggevonden in een bos bij de Alblasserwaard in Zuid-Holland. Mijn ouders waren totaal gebroken door deze gebeurtenis. Mijn vader is vooral daardoor ziek geworden en in de WAO terechtgekomen. Mijn ouders kregen allebei vervolgens erg veel problemen met hun gezondheid.
Ik werkte bij de politie, van 1993-2003. Ik ben toen onderzoek gaan doen naar de dood van mijn broer. Ik heb toen contact opgenomen met een rechercheur. Uiteindelijk ben ik er toen achter gekomen wat er precies is gebeurd.
Na een periode van verdriet en rouw ging het leven verder. Toen kreeg mijn vader in 1995 kanker in zijn wang (melanoom). Hij had enorm veel pijn in zijn wang. De artsen hebben een stukje weggenomen via een ingreep. Diezelfde avond kreeg hij een enorme zwelling, echt angstaanjagend. Hij is toen met spoed opgenomen in het Antonie van Leeuwenhoek Ziekenhuis. Ongelooflijk maar waar: hij heeft het overleefd! We waren heel blij. De artsen konden het zelf ook niet geloven. Twee jaar later kreeg mijn vader echter longkanker met uitzaaiingen naar onder andere zijn lever. 4 maart 1997 is hij overleden. Ik had ervoor gezorgd dat hij – nadat de dokters hadden gezegd dat hij zeker zou overlijden – zijn laatste dagen thuis kon doorbrengen. Hij kreeg thuiszorg maar de verzorging werd alleen door ons gedaan. Op een gegeven moment keek hij me aan. Ik hield zijn hand vast. Hij had zich de laatste minuut ineens omgedraaid. Ik zag heel langzaam het leven uit hem vloeien. Nog een groot en ingrijpend keerpunt in mijn leven.
Toen mijn vader op zijn sterfbed lag was mijn vrouw zwanger. Mijn zoontje is geboren op 19 maart 1997. Mijn vader is 4 maart overleden. Toen hij stierf, was mijn vrouw hoogzwanger.
Ik ben naar Marokko gegaan om mijn vader te begraven. Op de terugweg kreeg ik een telefoontje van mijn zus dat ik een zoon had gekregen. Mijn vader heette Mohammed, dus wij hebben onze zoon ook zo genoemd. Er was een Mohammed gegaan en een Mohammed gekomen………
Ik heb altijd bij mijn ouders gewoond, ook na mijn huwelijk. Mijn vrouw kon ook heel goed met mijn ouders overweg. Het was vreselijk wennen, zonder vader. Maar we hebben ook toen het leven weer opgepakt. In 2000 kreeg mijn moeder kanker. Weer het hele proces van voren af aan: Van Leeuwenhoek, opnames. Ook mijn moeder genas op onverklaarbare wijze, net als mijn vader toen. In 2001 zijn we naar Marokko gegaan. We zijn toen met het hele gezin uit eten gegaan op een avond. Mijn moeder is toen op een of andere manier gevallen van haar stoel. Ze kreeg een heupbreuk en is toen daar naar het ziekenhuis gebracht.
Toen we terug waren in Nederland klaagde ze over pijn. Na onderzoek bleek dat haar heup niet goed meer was. Bij het scannen werd ook ontdekt dat ze een plekje op haar long had. Ze bleek uiteindelijk longkanker te hebben. Ze weigerde zich ervoor te laten behandelen. Ze had na de dood van mijn vader het leven wel zo'n beetje gezien. Op mijn verzoek heeft ze zich toch laten helpen: bestraling en chemo. Tevergeefs: de kanker was al uitgezaaid. In 2002 zijn wij toch naar Marokko gegaan. Ze werd daar heel erg ziek. Ik heb haar op advies van de dokter weer mee teruggebracht naar Nederland. Augustus 2002 is ook zij overleden. Dat was hartverscheurend voor mij. Mijn beide ouders zijn op hun 62 ste jaar overleden. Bij mijn moeder gebeurde eigenlijk hetzelfde als bij mijn vader. Nadat de artsen haar hadden opgegeven heb ik ervoor gezorgd dat ze thuiskwam. De dag dat mijn moeder zou overlijden werd ze bezocht door een oudere vrouw van de thuiszorg, geen arts. Rond een uur of zes ging ze weg en kwam even naar mij toe. Ze zei:”Abdel, jouw moeder gaat straks dood”. Mijn ooms uit Frankrijk waren op bezoek en we zijn naar buiten gegaan. We hebben uren gelopen. Daarna weer terug naar huis gegaan. Om een uur of tien ging ik bij haar zitten. Mijn moeder had al een paar dagen haar ogen niet meer open gedaan. Mijn zusje kon haar gezicht zien en zag ineens dat haar ogen open waren! Toen stond ik op, greep haar hand. Ze draaide zich om en ze keek me aan. Ook bij haar zag ik langzaam maar zeker het leven uit haar wegvloeien. Precies hetzelfde als bij mijn vader. Mijn ouders zijn allebei in Marokko begraven.
Na de begrafenis van mijn moeder ben ik weer teruggekomen naar Nederland en heb het leven weer opgepakt. Ik ben toen een eigen zaak begonnen, in Slotervaart: een viswinkel die ook catering verzorgde. Ik heb deze zaak zo'n vier jaar gehad.
Tot aan de dood van Theo van Gogh heb ik me altijd Nederlander gevoeld. Op de centrale markt in Amsterdam – waar ik vaak heen moest voor mijn zaak – werd me ineens gevraagd waarom “wij” Theo van Gogh hadden vermoord……? Ik kreeg vanaf dat moment heel vaak zulke vragen. “Jullie Marokkanen” en “Wat is er met jullie aan de hand?”. Toen besefte ik ineens dat ik werd beschouwd als buitenlander. Ik was ineens de ander, ik was “jullie”. Ik moest me ineens gaan verantwoorden voor een ander die toevallig ook Marokkaan was. Een heel vreemde gewaarwording……..Dit was ook een groot keerpunt voor mij. Tot mijn schrik merkte ik ook dat heel veel Nederlandse klanten niet meer in mijn zaak kwamen. Het ging heel ver. Ik ging naar de plek waar Theo van Gogh was vermoord, op de Linnaeusstraat. Ik kreeg daar een discussie met een Nederlandse vrouw. Zij noemde mij ook alweer “jullie”! Ik zei tegen haar dat het geen Marokkaans probleem was maar een maatschappelijk probleem. Dit zijn Nederlandse jongens, ze zijn hier opgegroeid. Ze zijn geen Marokkanen. Sterker nog: Marokko wil ze ook niet! Ook Hassan II heeft toentertijd gezegd dat dit niet “zijn jongens” waren. In Marokko worden ze beschouwd als buitenlanders. Als deze jongeren niet meer welkom zijn in Nederland, dan kan ik je verzekeren dat ze nergens welkom zijn en zeker niet in Marokko! Het is een maatschappelijk probleem van Nederland en niet van Marokko. Nederland moet het probleem oplossen.
Deze discussies heb ik een paar keer gehad. Ik zag ook op televisie allerlei Marokkanen zich verdedigen en verantwoorden voor zaken waar ze niets mee te maken hadden. Dat heeft me aan het denken gezet. Hoe Nederlands ik ook ben, ik blijf een Marokkaan. Dat is me wel duidelijk.
Dit heeft ook invloed gehad op de manier waarop ik mijn kinderen opvoed. Ik heb ervoor gekozen om mijn kinderen bewust te maken van het feit dat ze een product zijn van twee culturen. Ik heb liever dat ik ze daarop attent maak dan dat ze hier ineens door een ander op worden gewezen. We zijn Marokkanen en dat blijven we. Ik heb het zelf meegemaakt en ik wil dat mijn kinderen zich daarvan bewust zijn.
De gebeurtenissen rond de dood van Theo van Gogh hebben me daarin wakker geschud: ik heb een biculturele achtergrond en mijn kinderen moeten dat ook beseffen van zichzelf. Ik had er tot Theo van Gogh nooit over nagedacht maar dit bewustzijn is dus wel degelijk gekomen door het feit dat hij is vermoord en door de gebeurtenissen die daarop volgden.
Ik ben opgegroeid met Nederlandse kinderen. Ik heb op een “witte” school gezeten. Ik was een van de eerste Marokkanen op die school. Later was ik politieman; ik was de enige Marokkaan. Ik bevond me uitsluitend tussen Nederlanders en daardoor ging ik me al gauw Nederlander voelen. Identificatie. Door de gebeurtenissen na de moord op Theo van Gogh ben ik ineens wakker geschud: ik ben geen Nederlander, ik ben Marokkaan! Op zich is het natuurlijk ook wel goed omdat ik ook mijn Marokkaanse achtergrond wil eren en beleven.
11 september 2001 en de moord op Theo van Gogh hebben natuurlijk veel meer consequenties gehad: veel Marokkanen begonnen zich af te vragen “wie ben ik eigenlijk?”. Dat kon je ook heel goed zien toen veel meisjes ervoor kozen om een hoofddoek te gaan dragen. Het is een identiteitskwestie. Veel jongeren radicaliseerden, zijn op zoek gegaan naar hun identiteit, hun wortels. Als je constant wordt aangesproken met “jullie”, is het resultaat dat je je gaat afvragen wie je dán bent. Waar hoor je dan bij? Daar komen de problemen vandaan met Marokkaanse jongeren, althans, zo zie ik het. Ze voelen zich niet geaccepteerd, door dat hele “wij-zij” denken. Zodra een Marokkaanse voetballer succes heeft is hij een Nederlander. Zodra het om een probleemjongere gaat, is hij Marokkaan. De jeugd ziet en voelt dat.
Als leerplichtambtenaar merk ik dat juist de jongeren die op scholen problemen veroorzaken, weg worden gestuurd. Daarmee worden ze in een isolement geplaatst en kunnen we er geen oog meer op houden. Het is de plicht van de school om juist de probleemjongeren binnen te houden, hoe moeilijk dat ook is en hoe onmogelijk het soms ook lijkt. Alleen dan kunnen we ze van de straat houden. Het gaat om jongeren die een zeer complexe thuissituatie hebben waarin verwaarlozing en gebrek aan opvoeding een grote rol spelen. De ouders zijn ziek of hebben andere problemen waardoor de jongere op straat terechtkomt. Hij is niets anders gewend dan continu te worden weggestuurd. Dat is voor hem heel normaal. De school is in dat geval heel belangrijk. Dat vraagt om investering vanuit de politiek, vanuit de samenleving, maar dat gebeurt niet. Docenten willen een jongere met problemen het liefst buiten de deur houden, zo is het gewoon. Dat is op zich niet erg, maar je moet wel wat met zo'n jongere. Je kunt hem niet zomaar “loslaten”. Er is dan een vangnet nodig.
Ik vind het polaire denken heel destructief en ik hoop echt dat we daar uitkomen. We komen hier alleen sámen uit: Nederlanders en Marokkanen. Hoe sneller we dat beseffen, hoe beter.