
EIPHNH
Dialoog met Lau.
Lau is een kennis van Freddy.
Freddy (F): Allereerst bedankt voor je medewerking aan dit project, Lau!
Lau (L): Graag gedaan!
F: Wat is je achtergrond? Waar ben je geboren, waar kom je vandaan?
L: Ik ben geboren en getogen in Suriname. Ik ben van Chinese origine.
F: Sinds wanneer woon je in Nederland?
L: 12 jaar geleden.
F: Wonen je ouders nog in Suriname? Leven ze nog eigenlijk?
L: Ja, ze wonen beide in Suriname.
F: Ik heb nog wat foto's van je gezien, van je verblijf in Suriname afgelopen jaar; broers en zusters wonen ook in Suriname toch?
L: Mijn jongere zus niet meer, die woont en studeert in het buitenland.
F: En verder?
L: Ik heb nog een broer. Die woont in Suriname en die blijft ook gewoon daar (*lacht*).
F: Als ik even reken, dan heb je je middelbare school in Suriname gedaan?
L: Dat klopt, ik ben daarna naar Nederland gekomen voor mijn studie.
F: De VU?
L: Ja.
F: Welke richting?
L: Informatica.
F: Heeft je dat altijd aangetrokken?
L: Nou, eerlijk gezegd, nee (*lacht*).
Juist omdat ik er niets over wist, wilde ik het gaan doen.
F: Kan ik me wel voorstellen, het is een heel intrigerende richting, abstract. Het lijkt me ook wel een leuke richting?
L: Ja en nee: sommige van mijn studiegenoten – jongens van een jaar of 17, 18 – verwachtten een studie waarbij ze konden knutselen met PC's, software en internet maar die waren behoorlijk teleurgesteld; dat is Informatica namelijk niet.
F: Waar ben je gaan wonen toen je naar Nederland kwam?
L: Op kamers, nabij de VU.
F: In welk jaar ben je afgestudeerd?
L: 2002.
F: Kende je je man, al toen je naar Nederland kwam?
L: Nee hoor, die heb ik tijdens mijn studie ontmoet. We zijn bijna 4 jaar zijn getrouwd
F: Is hij ook van Chinese afkomst?
L: Ja. We hebben 1 kind.
F: Wanneer ben je naar Almere verhuisd?
L: Tijdens mij studie in 2000.
F: Vind je het leuk om daar te wonen? Is een groot verschil met Amsterdam.
L: Jazeker, ik vind het leuker om in Almere te wonen dan in Amsterdam. Alles is daar nieuw; dat geeft een soort pioniersgevoel. Er zijn meer mogelijkheden. Mensen vragen vaak: “Almere?? Wat doe je daar?”
F: Ik heb dat zelf niet maar hoor het wel vaak inderdaad.
L: Mensen die er al wonen gaan echter niet zo snel weg.
F: Het negatieve beeld van Almere komt voornamelijk van buitenaf.
L: Jazeker. Er wonen trouwens ook veel Surinamers in Almere.
F: Ja maar die wonen toch ook in Amsterdam?
L: Klopt maar dat is wel een andere groep, over het algemeen. Ik kom bijvoorbeeld regelmatig klasgenoten van de basisschool tegen in Almere. Bovendien is de groep Surinamers die direct na de onafhankelijkheid, in de jaren zeventig, hiernaartoe kwamen duidelijk verschillend van de groepen die later naar Nederland kwamen. Andere motieven, andere mentaliteit.
F: Voel jij je Nederlander?
L: Nee, ik ben een wereldburger. Wat is trouwens een “Nederlander”?
F: Stel je voor, iemand vraagt aan jou: “Wat ben jij? Ben je Nederlander, Surinamer, Chinees?”
L: Als ik aan jou vraag of je je Nederlander voelt, Freddy, wat is dan jouw antwoord? Je bent van Duitse afkomst en je hebt een Aziatische opvoeding gehad!
F: Ehm (*lacht*)………ja, dat klopt inderdaad! Ik zou het ook een moeilijke vraag vinden hoor. Maar ik ben hier geboren en opgegroeid. Dus ik zou dan zeggen dat ik me hier wel thuis voel, dat Nederland aanvoelt als mijn thuis, beter gezegd.
L: Stel dat ik nog in Suriname zou wonen en iemand zou vragen of ik me Surinamer voel, dan zou ik ook geen antwoord kunnen geven. In Suriname komt bijna iedereen uit het “buitenland”, soms generaties terug, maar toch………immigranten. Er bestaat ook geen “Surinaamse opvoeding”. Ik heb een Chinese opvoeding gehad. Officieel ben ik wel Nederlander, als je naar mijn paspoort kijkt. Ik ben wel geïntegreerd in Nederland, dus in dat opzicht vind ik wel dat ik een Nederlander ben. Ik zou trouwens gemakkelijk ook in een ander land kunnen aarden. Bijvoorbeeld Duitsland.
F: Het is gewoon opmerkelijk dat je een heel ander antwoord geeft dan een Surinaamse collega die ik hiervoor heb geïnterviewd. Hij voelt zich Hindoestaan. Maar jij voelt je niet Chinees?
L: Nee, want als ik in China (bijvoorbeeld Hongkong) zou komen wonen weet ik zeker dat ik niet wordt geaccepteerd. Het is daarom niet mogelijk om te zeggen dat ik Chinees ben. Mijn Chinees is niet bepaald goed, ook al is het mijn moedertaal.
F: Logisch, want je woont daar niet en hier spreek je het waarschijnlijk toch minder vaak dan Nederlands.
L: Chinees heeft trouwens zoveel verschillende dialecten! Alleen als je daar op school zit, leer je Manderijns als de officiële voertaal.
F: Heb jij een religieuze achtergrond?
L: Ik ben gedoopt en ben daarmee katholiek. Ik ben niet praktiserend.
F: Dat kan natuurlijk op alle niveaus, je geloof praktiseren.
L: Mijn ouders waren zelf niet katholiek maar hebben er wel voor gekozen om ons te laten dopen. Heb ook op rooms-katholieke scholen gezeten.
F: Waarschijnlijk vonden jouw ouders gewoon dat het goed voor je was.
L: Is het ook hoor. Je kunt zeggen dat ik wel in God geloof maar niet in religie, omdat religie in de loop der eeuwen zoveel ellende op de wereld heeft veroorzaakt.
F: Klopt, dat zeggen veel mensen. Heb je in Nederland een uitgebreide vrienden- en kennissenkring?
L: Afgelopen jaar ben ik meer met mezelf en het moederschap bezig geweest, ik ben vaak ziek geweest. Het was gewoon moeilijk om iets in te plannen.
F: Ben je wel iemand die graag mensen om zich heen heeft?
L: Jazeker. Maar internet maakt het ook makkelijk!
F: Vind ik ook maar dat heeft met ons beroep te maken (ICT, F.). Wat doe je verder het liefst als je vrij bent? Ik weet dat je moeder bent, dus veel vrije tijd heb je dan niet.
L: Ik heb inderdaad niet zoveel vrije tijd (*lacht*)! Ben veel met de kleine bezig. In de trein onderweg hiernaartoe en naar huis kan ik nog weleens wat lezen (*lacht*)!
F: Ga je buiten het werk veel met collega's om?
L: Heb wel contact met (oud-)collega's maar ga niet veel met ze om.
F: Terwijl je wel vrij open bent in je communicatie. Je zou dat wel verwachten……….dat je dat makkelijk doet.
L: Ik heb er gewoon geen tijd voor. Ik onderhoud de contacten maar kan niet ruim de tijd nemen.
F: Mail en Hyves zijn een uitkomst wat dat betreft!
F: Heb jij een toekomstdroom? Onze collega H. wil graag terug naar Suriname.
L: Weet ik (*lacht*). Ik heb tegen hem gezegd dat hij dan waarschijnlijk na een jaar weer terug is. Voor de rust en de vrijheid kan hij dan beter in een andere stad in Nederland gaan wonen. Suriname is ook enorm veranderd! Ik heb na mijn studie overwogen om terug te gaan. Heb het toen drie maanden aangekeken en heb besloten om niet terug te gaan.
F: Je kunt natuurlijk ook dromen over de toekomst in een ander land dan Suriname?
L: Zeker maar dat doe ik op dit moment niet. Ik heb natuurlijk een kind.
F: Ja, maar stel je voor, jouw kind is 20 jaar oud? En dan?
L: Over twintig jaar spelen er heel andere factoren een rol.
F: Je wilt gewoon niet te ver vooruit kijken, realistisch in je planning blijven?
L: Precies. Teveel doelen stellen kan desillusie geven. Wat ik wel belangrijk vind is dat ik bijvoorbeeld aan het eind van mijn leven kan zeggen: “Ik ben een goede moeder geweest”.
F: Dat is ook heel belangrijk! Voor mij zou het dan zijn: “Ben ik een goede partner geweest?” en vooral ook “Heb ik me zoveel mogelijk en naar eer en geweten ingezet voor anderen?” Ik heb natuurlijk geen gezin dat is echt een groot verschil.
F: Lees jij elke dag de krant en kijk je ook elke dag naar het journaal?
L: Niet perse. Het gaat automatisch, ik kijk op internet.
F: Wat vind je van de berichtgeving?
L: Dat is de reden waarom ik op internet kijk. Op het journaal en in de krant is de berichtgeving al gefilterd. In Nederland wil men altijd voorkomen dat mensen in paniek raken of iets dergelijks. Terwijl ik vind dat mensen gewoon het recht hebben om bepaalde informatie te krijgen. Op de radio wordt het nieuws trouwens ook niet geselecteerd, dus dat is ook een goede informatiebron.
F: Leeft het woord “discriminatie” voor jou?
L: Nee, ik vind het een heel relatief begrip. In Suriname worden er heel veel dingen gezegd die in Nederland onmiddellijk zouden worden opgevat als discriminatie. Er wonen veel verschillende bevolkingsgroepen. Ik maakte me daar nooit druk om.
F: Ja maar dat is natuurlijk geen “racisme” zoals wij dat zien.
L: Er is weleens tegen mij gezegd dat ik een bepaalde positie niet kreeg omdat ik niet van een bepaalde etnische groep was. Dat vond ik echt vreemd (*grinnikt*). Dat snap ik gewoon niet. Aan de andere kant is het altijd een kwestie van hoe je het opvat en oppakt: discriminatie kan er ook voor zorgen dat je gaat vechten voor je positie en je gaat bewijzen, in plaats van in de slachtofferrol te kruipen. Ik was bijvoorbeeld tijdens mijn studie de enige vrouw. Er was een studiegenoot die niet met mij wilde samenwerken omdat ik een vrouw ben. Toen hoorde ik de ware reden: zijn vriendin wilde niet dat hij met mij zou samenwerken (*lacht*)! Je kunt beter werken aan verbetering en vooruit kijken dan zeuren, vind ik.
F: Vind jij Nederland tolerant?
L: Ja.
F: In alle opzichten?
L: Er wordt vaak gezegd dat Nederlanders niet tolerant zijn of “tegen buitenlanders”. Ik vind dat Nederlanders wél tolerant zijn. Volgens mij worden bijvoorbeeld asielzoekers in Nederland – uitzonderingen daargelaten – vergeleken met het asielzoekersbeleid van andere landen best in de watten gelegd.
F: Komt door de eenzijdige berichtgeving denk ik en vergeet Verdonk en Wilders niet!
L: Mensen maken hierdoor dan vaak misbruik van de Nederlandse goede wil.
F: Hoe ziet jouw ideale samenleving eruit? Wat zou er moeten veranderen?
L: Moeilijke vraag……….er zijn wel knelpunten maar het aanpakken van knelpunten veroorzaakt weer andere problemen. Mensen zeuren of klagen gewoon vaak. Op zich is het grof gezegd al een ideale maatschappij, als mensen hun eigen problemen maar aanpakken. Afgezien natuurlijk van die groep die dat echt niet kan, zoals ouderen en zieken.
F: Dat is volgens mij maar een heel kleine groep. De meeste mensen kunnen best verantwoordelijkheid dragen voor hun eigen leven. Jammer dat veel mensen dat niet zien. Ik zou zelf zeggen dat ik in een ideale maatschappij zie dat mensen veel meer het gevoel hebben dat ze de regisseur zijn van hun eigen leven. Dat ze niet machteloos zijn.
L: Ik denk dat mensen die zeuren of klagen gewoon gewend zijn dat de overheid alles voor ze regelt.
F: De toekomst van Nederland, zie je die rooskleurig in? De komende tien jaar?
L: Als het doorgaat zoals nu, heb ik wel hoop. Kijk maar naar de manier waarop bijvoorbeeld Indonesiërs en Surinamers 20 of 30 jaar geleden in het nieuws kwamen en hoe dat nu is. De problemen hebben zich toch grotendeels opgelost. Dit gaat ook op voor bijvoorbeeld Marokkanen: dat zal op dezelfde manier gaan. Ik zie dat positief in.
F: Ben ik met je eens. Ik zie over 15 of 20 jaar een totaal andere maatschappij dan nu.
L: Met weer andere problemen, maar dat is onvermijdelijk.
F: Heel erg bedankt voor je tijd en medewerking Lau!
L: Graag gedaan.