
EIPHNH
Dialoog met H.
H. doet op dit moment de opleiding Marketing en Communicatie aan de Hogeschool van Amsterdam. H. is een collega van Freddy. Ze werkt op de afdeling Communicatie als stagiaire.
Freddy (F): Je bent Marokkaanse?
H: Klopt.
F: Ben je in Nederland geboren?
H: Ja, in Huizen, een dorpje in het Gooi.
F: C. (Marokkaanse vriendin van F, F) is ook in het Gooi geboren, in Hilversum. Die klinkt ook zo!
H: Ja, hou maar op, die “R” *doet kak-accent na* zit er bij mij echt in! *lacht* Die moet ik nog een beetje laten rollen!!
F: *lacht hard* Ja, inderdaad!
H: Ik probeer soms echt “zo te prrraten” *doet stereotype Noord-Afrikaans/Amsterdams accent na* maar dat lukt gewoon niet!
F: *lacht* Nee, maar je komt toch ook niet uit Amsterdam?
F: *serieuzer* Je ouders zijn ook hier in Nederland?
H: Ja, mijn vader is eerst hiernaartoe gekomen en een paar jaar later is ons gezin herenigd. Toen kwamen mijn twee oudste broers, twee zussen en nog een broer. Ik ben de eerste die in Nederland is geboren.
F: Wanneer is je vader naar Nederland gekomen?
H: *denkt na* Hij is nu zeker dertig jaar in Nederland…….
F: Zeventiger jaren dus. De eerste groep mensen uit Noord-Afrika die naar Nederland kwam…..
H: Mijn opa was hier ook al, ik ben derde generatie.
F: Je komt uit een groot gezin!
H: Een gezin van acht kinderen. Ik ben het zesde kind. Vier jongens, vier meisjes. Ik heb nog een broertje van achttien en een zusje van tien, een nakomertje.
F: Je hebt ook in Huizen op school gezeten, neem ik aan?
H: Ik heb een heel traject doorlopen. MBO heb ik in Amersfoort gedaan. HBO in Amsterdam, daar ben ik nu mee bezig.
F: Je doet op dit moment de opleiding Marketing en Communicatie. Wat voor MBO heb je dan gedaan daarvóór?
H: Economisch-juridisch, gericht op de overheid. Vond ik wat saai eigenlijk.
F: Ja?
H: Ja, ik ben een creatief iemand, ik moet de kans krijgen me in anderen in te leven. De economisch-juridische richting gaat meer over het toepassen van wetgeving en dergelijke.
F: Lichtelijk saai…….heb je eigenlijk wel gelijk in. Zou ik ook vinden.
H: De vervolgopleiding zou dan bijvoorbeeld Bestuurskunde zijn en dat zag ik echt niet zitten.
F: De opleiding die je nu doet past dan beter bij je.
H: Ja, het is een brede opleiding. Met name het marketing-deel gaat echt over de vraag hoe je je moet inleven in een bepaalde doelgroep bijvoorbeeld. Wat wil je aan de man/vrouw brengen, wat voor product of dienst? Wat voor methode gebruik je daarvoor? Dat soort onderwerpen.
F: Je zit dan hier bij Communicatie ook goed op je plek. Dit is een heel bruisende afdeling. Dat is niet altijd zo geweest. Jullie afdeling was vroeger veel meer “naar binnen gericht”.
H: Écht??
F: Jazeker, dit is een heel andere tijd voor de afdeling dan bijvoorbeeld twee jaar geleden! Ik zie ook dat jullie heel erg op de bewoners zijn gericht bijvoorbeeld.
H: Klopt, ik realiseer me ook dat Amsterdam een van de koplopers is waar het gaat om “city-marketing”. De Stadsdelen zijn zich duidelijker gaan positioneren. Er is meer interactie met de burgers. De overheid staat dichter bij de burgers. De “autoriteit” is minder.
F: Je bedoelt dat de Gemeente minder “log” is geworden, toegankelijker?
H: Ja, precies!
F: Je komt uit Huizen maar waar woon je nu?
H: Nog steeds daar.
F: Oh? Vind je dat leuk, om daar te wonen?
H: Heerlijk! Zodra ik Huizen binnenrijd met de bus, of op de fiets dan denk ik “Home sweet home”.
F: Ja? Ik woon zelf al heel lang in Amsterdam en ik heb het idee dat Huizen een heel klein dorp is?
H: Ja, zeker vergeleken met Amsterdam. Geen treinen, het busstation heeft tien lijnen of zo. Maar het gaat mij erom dat je altijd de drukte kunt opzoeken. Ik hou ook van Amsterdam maar die rust van Huizen kan ik heel erg waarderen. Al dat lawaai van Amsterdam: trams, metro's, fietsers, auto's. Ik hou gewoon van rust en wil me kunnen terugtrekken. Als je je in Amsterdam wilt terugtrekken dan ga je bijvoorbeeld naar het Vondelpark en zelfs dáár is het nog stervensdruk.
F: Dat klopt, heb je gelijk in. Ga je ook graag naar buiten? De natuur in?
H: Zeker. Wandelen, fietsen, samen met mijn moeder.
F: Hoeveel van jullie wonen er nog thuis?
H: We zijn met ons zessen, inclusief mijn ouders.
F: Je bent moslima.
H: Klopt.
F: Wat betekent dat voor jou, persoonlijk?
H: Het geloof is voor mij mijn identiteit. Het vormt me tot degene die ik ben. Het is een richtlijn voor mij. Licht in de duisternis. Als ik bijvoorbeeld de Koran lees, voel ik me vredig en rustig. Toen ik nog niet praktiseerde had ik het gevoel alsof ik maar aan het rennen en vliegen was. Maar ik wist niet waarheen. Toen ik begon met praktiseren voelde ik me steeds rustiger worden. Op een gegeven moment ben je ook sneller tevreden, kun je genoegen nemen met minder in plaats van steeds maar meer te willen. Vooral ook de één op één relatie met God, als ik aan het bidden ben schenkt mij heel veel vrede en rust. De islam is wie ik ben, wat ik doe, het is mijn ogen, mijn handen, mijn voeten, mijn manier van spreken.
F: Ik vind het mooi, zoals je dat verwoordt. Vooral de één op één relatie met God, zoals je die omschrijft.
H: Precies, op zo'n moment doet al het materialisme van deze wereld er niet meer toe.
F: Je zegt ook dat je eerst geen rust in jezelf voelde, dat je aan het rennen was. En nu is dat niet meer zo. Ik begrijp dat; als je geen spiritueel besef hebt, dan ren je ook alleen maar. Je hebt eigenlijk geen idee wat je doet en waarom je het doet.
H: Ja, het gras is dan altijd groener bij de buurman. Een nog grotere auto, een nog groter huis, een betere carrière, twee keer per jaar op vakantie, de kinderen moeten een mobieltje en een computer. En waarom eigenlijk?? Mensen zijn niet meer tevreden te stellen. Ik denk dat degenen die zo bezig zijn ook echt iets missen in hun leven. Ze zijn zoekende en zoeken de antwoorden op hun levensvragen in materialisme. Daarom ben ik blij met mijn geloof.
F: Ik ben zelf gelovig, dus ik herken heel veel in datgene wat je zegt.
H: Christendom en islam hebben dezelfde grondslagen.
F: Heb je gelijk in. Het contact met God waar jij het over hebt voel ik ook. Ik vind zelf bezit en uiterlijk absoluut niet belangrijk of relevant. Ik ben puur en alleen bezig met mijn taak hier op aarde, zoals ik denk dat God mij die heeft gegeven. Ik wil een verschil maken, ten dienste staan van anderen, anderen helpen.
H: Dat herken ik, dat heb ik ook. Het staat tegenover het individualisme. Het is collectivisme, het gevoel dat we met elkaar zijn verbonden. Geloof is gericht op het samen zijn, er voor elkaar zijn. Denken aan anderen.
F: Ook het creëren van win-win situaties. Niet tegen elkaar vechten maar je afvragen hoe je ervoor kunt zorgen dat je allebei voordeel hebt, dat je allebei goed “uit de strijd” komt.
H: In de islam is iedereen gelijk, volgens mij in het christendom ook. Alleen de vorm van aanbidding verschilt van mens tot mens. De islam kent geen verschil tussen rijk en arm of tussen hoge en lage posities in de samenleving. Er is alleen verschil in je manier van praktiseren en in je daden. In Mekka (tijdens de pelgrimstocht (Hajj), een van de vijf zuilen van de islam, F ) vind ik dat ook zo mooi: iedereen in witte gewaden. Mensen willen op dat moment allemaal hetzelfde, er is geen enkel verschil meer. Je kunt niet zien of iemand een vette bankrekening heeft of straatarm is. Ik mis dat heel erg als ik kijk naar de samenleving, hoe mensen op die manier onderscheid maken.
F: Klopt, ik vind dat ook tragisch, het speelt in alle lagen van de bevolking helaas.
F: Jij lijkt mij een heel sociaal iemand, ondanks het feit dat je af en toe graag de rust opzoekt. Heb je veel vrienden en kennissen?
H: Jazeker! Als ik met mijn vriendin op stap ga, zegt ze ook altijd dat ik niet iedereen moet gaan groeten en een praatje moet maken want dan zijn we morgen nog niet thuis *lacht*! Maar ik kan mensen niet kwetsen, dus als ik iemand tegenkom vraag ik altijd hoe het gaat en ben geïnteresseerd in wat die persoon op dat moment bezighoudt. Ik vind het prettig om me in te leven in anderen. Soms denken mensen van mij dat ik arrogant ben maar dat is absoluut niet zo. Ik kan soms een beetje streng kijken maar ik kan toch ook niet de hele dag van oor tot oor lachen *giechelt*! De glimlach van een ander geeft me meer voldoening dan dat ik zelf glimlach.
F: Dat herken ik, inderdaad. Wat is jouw sterrenbeeld??
H: Vissen!
F: Ah! Ik ook, vandaar……!
H: Ja, Vissen zijn sociale en creatieve mensen.
F: Over collega's en in jouw geval ook medestudenten. Maak jij heel erg een scheiding tussen privé en werk/school? Of ga je gewoon vriendschappelijk om met collega's?
H: Ik ben niet de persoon die werk en privé persé gescheiden wil houden. Als ik iemand aardig vind, waarom dan niet na werktijd wat gaan eten of drinken? Maak ik geen verschil tussen. Het gaat om karakters en individuen.
F: Collega's en medestudenten kunnen vrienden worden?
H: Ja hoor! Zeker.
F: Vind ik ook maar heel veel mensen vinden dat niet. En het is dan interessant om te horen waarom dat is.
H: Dat zijn vaak mensen die heel erg in kaders en schema's denken. Mensen die koste wat het kost de controle willen behouden.
F: Overal controle op willen houden staat gelijk aan angst.
H: Ja, als je bang bent, houd je mensen op een afstand.
F: Je toekomst, je dromen, je ambities?
H: Ik ben daar dubbel in. Enerzijds is het heel helder en aan de andere kant ook weer niet. In een islamitisch land zou ik bijvoorbeeld wel kunnen wonen maar waarschijnlijk dan niet permanent. Ik ben geboren in Nederland. Als ik in Marokko ben voel ik me al een buitenstaander. Het voordeel van wonen in een islamitisch land is dat je je geloof echt kunt uiten en praktiseren omdat het daar heel gewoon is. Hier mis ik bijvoorbeeld heel erg de oproep tot het gebed.
( In islamitische landen wordt door de geestelijk leider (muezzin), vanaf de minaret (manaar) van de moskee (masdjad) opgeroepen (azzaan) tot het gebed (salaat). Dit gebeurt vijf keer per dag (een van de zuilen van de islam) en je hoeft dan dus nooit op je horloge te kijken, F ).
Op het moment dat de gebedsoproep wordt gedaan, word je herinnerd aan je relatie met God. Je laat alles voor wat het is en gaat bidden. Hier moet je het gebed echt van tevoren inplannen.
Verder wil ik graag trouwen en kinderen krijgen. Ik wil graag vrede brengen. Ik heb altijd gezegd dat ik heel graag rijk wil worden maar ik zal dan met mijn geld goede dingen doen voor anderen, vrijwilligerswerk doen. Bijvoorbeeld in de dorpen in Marokko waar geen ambulances zijn en geen voorzieningen.
F: Hoe zie je je carrière?
H: Ik vind het belangrijk om met mensen te werken maar mijn baan moet ook voldoende uitdaging bieden. Ik moet mijn creativiteit kwijt kunnen. Vroeger schreef ik heel veel, dat is nu eigenlijk niet meer.
F: Hoe komt dat?
H: Weet ik niet. Geen inspiratie denk ik. Er komt gewoon niks uit, of ik nu achter mijn laptop zit, of pen en papier pak. Ik zal het wel weer proberen op te pakken. Wilde vroeger schrijfster worden. Ik heb ook regelmatig kleding ontworpen.
F: Iets maken uit niets, dat is het eigenlijk. Dat is creativiteit. Ik zie dat bij jou.
H: Ik vind het heel mooi om naar anderen te kijken; hoe mensen zich uiten, hoe hun expressie is, hoe ze zich kleden. Amsterdam is daar wel een goeie plek voor!
F: *lacht hard* Ja, zeg dat wel! Over kleding gesproken: je ziet er inderdaad heel mooi uit.
( H draagt traditionele islamitische kleding, alleen gezicht en handen zijn onbedekt (zoals ook in de Koran staat), het is heel mooie stof en ze heeft een geheel eigen stijl, F ). Je hebt ook heel mooie manchetten (goud borduursel met een patroon, F ). Heb je die zelf gemaakt?
H: Ja, ik draag lange jurken maar het moet er niet saai uitzien, daar houd ik niet van. Ik heb altijd nog modegevoel. Ik leuk mijn kleding graag een beetje op.
F: Ziet er heel mooi uit, inderdaad. Zit je ook zelf achter de naaimachine?
H: Zou ik zó graag willen! Een naaicursus doen.
F: Wat houdt je dan tegen? Gewoon doen.
H: Het is meer praktisch; bij mij in de buurt zit niks en dan moet ik er een heel eind voor reizen. Dat werkt niet. Zoals dat ook met sporten gaat bijvoorbeeld.
F: De media. Journaal en kranten, volg je die allemaal?
H: In ieder geval elke dag Nu.nl. Ik ben echt van de internetgeneratie. “De wereld draait door”, “Pauw en Witteman”, “Rondom tien”, “Het elfde uur”, vind ik allemaal leuk om naar te kijken. “Prem” hou ik ook van, hij gaat echt mét de mensen praten en niet óver hen.
F: Dat zijn er ook wel een paar die erg goed zijn, vind ik. Wat vind je over het algemeen van de Nederlandse media?
H: Media zijn nooit objectief. Dat is een illusie. Een gebeurtenis of situatie wordt altijd belicht vanuit het oogpunt van de journalist. Het is “framing”: jij bepaalt wel wát je denkt maar zij bepalen waaróver je denkt. Ze hebben dus invloed op je referentiekader.
F: Is wel goed omschreven……..*denkt na*
H: Een quote van “Loesje” is wel leuk in dit verband; “Zijn het nu de extremisten of de media die alles opblazen?” Op het moment dat je één nieuwsfeit telkens opnieuw weer in de media gooit, creëer je een eenzijdig beeld. De laatste tijd provoceren de media erg, ze gooien olie op het vuur. Ik mis tegengeluiden.
F: Ben ik met je eens. Het probleem is dat ze zo verschrikkelijk veel invloed hebben op de publieke opinie. Daar moeten we echt rekening mee houden.
H: Ik ben zelf bijvoorbeeld al een beetje “Wilders-moe” maar op het moment dat ik de krant opensla, of het journaal kijk, zie ik bijna niets anders meer. Er gebeurt zoveel meer in de wereld, waarom zien we dát niet?
Het is bewezen dat mensen die direct met moslims in contact zijn geweest, positiever staan ten opzichte van de islam dan mensen die dat contact niet hebben gehad. Ook die negativiteit heeft met de media te maken.
F: Maar toch….alle grote steden in Nederland zijn multicultureel. Je mag toch wel van mensen verwachten dat ze wat verder kijken, zeker als ze daar wonen?
H: In Amsterdam is dat wel het geval denk ik; mensen van verschillende achtergronden komen wel met elkaar in contact. In Rotterdam ook wel denk ik. Voornamelijk in dorpen, waar de groep mensen van allochtone afkomst veel kleiner is, zal de kloof wel wat groter zijn. Wat de boer niet kent, dat eet hij niet.
F: Onwetendheid creëert angst.
H: Het is ook een gebrek aan nieuwsgierigheid. Tijdens de Ramadan belde onze overbuurbrouw aan en zij nodigde ons uit voor het “Lichtjesfeest”. Ik dacht: “Wat is dát nou weer??” Het bleek een Hindoestaans feest te zijn. Ik had het kunnen negeren maar dat heb ik niet gedaan. Ik wilde weten wat het was en wat mensen dan doen. Interesse is dat.
F: Wat is discriminatie voor jou? Leeft dat voor jou?
H: Nee, ik heb nooit last gehad van discriminatie. Ik zie sinds ik deze kleding draag wel dat mensen soms een beetje anders naar me kijken. Ik heb eigenlijk alleen positieve reacties gehad. Toen ik aan het winkelen was met mijn moeder en mijn zusje kwam er een Nederlandse vrouw naar mij toe die zei dat ik er prachtig uitzag. Zo kan het dus ook! Ik ben zelf een heel open iemand. Mensen mogen me alles vragen, over mijn geloof, over mijn cultuur en afkomst. Ik ben gewoon altijd mezelf. “What you see is what you get”. Discriminatie is gebrek aan interesse en nieuwsgierigheid maar ook angst en dit alles zet je om in het maken van onderscheid.
F: Mooi gezegd. Iemand die dit doet creëert voor zichzelf een eenzijdig beeld en doet daarmee anderen tekort.
H: Maar hij doet ook zichzelf tekort!
F: Ja…..klopt.
H: De wereld is zo divers. Je kunt zoveel van elkaar leren. Op het moment dat je jezelf gaat isoleren binnen je eigen groep, beperk je jezelf.
F: Vind jij Nederland tolerant?
H: Jawel. Ik ben optimistisch. Je moet erin blijven investeren. Je moet niet zomaar zaken op hun beloop laten, dan verandert er nooit wat. Een actieve houding is belangrijk, net als samenwerking. Nederland is open, divers en multicultureel. Dat moeten we ook zo houden. Nederland kan een voorbeeld zijn voor de wereld. Daarom vind ik het ook zo jammer dat het nu wat minder goed gaat. Vroeger deed het er niet toe wie je was en waar je vandaan kwam. Een goed voorbeeld vind ik als iemand tegen mij zegt: “OK, H*****……je komt dus uit Marokko. Wat spreek je goed Nederlands!”. Ik vind dat een heel kwalijke zaak. Natuurlijk spreek ik goed Nederlands! Ik ben hier geboren en getogen. Het is 2008! Het moet toch geen uitzondering meer zijn dat mensen van Marokkaanse afkomst goed Nederlands spreken? Ik zie het ook niet als een compliment als iemand dat zegt. Ik beheers Nederlands beter dan mijn moedertaal. Als mensen ook horen dat ik studeer zijn ze heel erg verbaasd. Het is gebrek aan nieuwsgierigheid. Toen ik mijn sluier ging dragen was het eerste dat mensen vroegen: “Ben je uitgehuwelijkt of ben je gedwongen?” Meisjes vóór mij hebben dat issue dus blijkbaar (nog) niet uit de wereld geholpen. Een sluier staat niet gelijk aan uithuwelijking of dwang.
F: Ik noem het altijd een zaak tussen jou en God.
H: Precies. Maar ik moet het dus nog steeds uitleggen, dat er geen sprake is van dwang en dat het mijn eigen keuze is. Bij mij is het gewoon het resultaat van een bewustwordingsproces. Me afvragen wie ik ben, waar ik vandaan kom, wat mijn wortels zijn.
F: Dat zijn ook vragen die iedereen zichzelf op een bepaald moment stelt.
H: Op het moment dat je ergens in gelooft, ontwikkel je daar liefde voor. Die liefde voor God wilde ik beantwoorden door Zijn regels te volgen, waarvan de sluier er een is. Ik weet best dat er vrouwen zijn die een sluier of hoofddoek voor hun man of vriend dragen. Dat is niet de goede reden. De intentie is verkeerd. In de islam draait alles om de intentie, de bedoeling waarmee je dingen doet.
F: Je keuze om een sluier te dragen komt dan volledig uit jezelf en is niet gebaseerd op wat anderen van je zouden kunnen vinden. Geen externe factoren die daarbij een rol spelen. Voor mij is dat vanzelfsprekend maar ik denk dat er heel veel mensen zijn die dat inderdaad niet weten.
H: Ik wil dat mensen ook heel graag uitleggen. Ik vind dat goed want daarmee haal je onwetendheid en angst weg. Ik wil niet provoceren of tegen dingen aanschoppen. De buitenwereld staat er volkomen los van. Dit ben ik en dit is mijn keuze, anders niet. Je moet dit niet voor anderen doen.
F: De toekomst van onze maatschappij?
H: Als ik kijk naar het heden ben ik wel angstig. Maar dat komt ook door Wilders etc. Er is een soort islam-bashing aan de gang. Er wordt altijd gezocht naar zondebokken, het waren eerst de joden, toen de Molukkers, nu de Marokkanen enzovoorts. Ik begrijp het mechanisme wel. Ik denk wel dat we onze kinderen met verscheidenheid en diversiteit moeten opvoeden, met liefde voor alles. Kinderen zijn de toekomst.
F: Absoluut!
H: Investeer in de kleine dingen. Mensen praten over vrede maar vinden glimlachen naar hun buurman al teveel gevraagd. Mijn moeder zegt ook altijd dat je met je mond alles kunt bereiken maar dat je je handen moet laten wapperen, dan bereik je écht wat.
F: Ben ik met je eens. We moeten vrede of de vredeswens op kleine schaal in de praktijk brengen, op individueel niveau.
H: De som der delen is groter dan het geheel. Ik vind die film “Pay it forward” zo mooi. Over dat jongetje dat drie mensen helpt en die drie helpen dan elk ook weer drie mensen. Zó moeilijk is dat toch niet? In de islam is dat heel belangrijk, alles is liefdadigheid, ook een glimlach naar je broeder of zuster. Liefde voor alles, voor mensen maar ook voor dieren en voor het milieu.
F: Verandering kan alleen maar één op één, zo is het gewoon. Verder staat of valt alles met de opvoeding van de kinderen.
H: Kinderen zijn nog heel puur. Ze zien wat ze zien. Wij zijn al heel erg beïnvloed door de media en door ons verleden.
F: Dus tóch hoopvol?
H: Ik ben een dromer. Ik kan heel lang naar iemand staren zonder dat ik die persoon zie, ik ben dan heel ergens anders. Ik geloof wel in de toekomst.
F: Je kunt bijvoorbeeld internet op zo'n goede manier gebruiken, om mooie boodschappen naar mensen toe te brengen.
H: En wereldwijd! Internet is een enorm sterk medium. Een prachtige uitvinding. Alles moet je doen met liefde, oprechtheid en zuiverheid. Mensen voelen dat. Ze hebben je snel door als je een andere intentie hebt. Wie hou je dan eigenlijk voor de gek? Anderen maar ook jezelf!
F: Je kunt niet gelukkig zijn als je je richt op externe factoren want die factoren veranderen continu en als je daarvan afhankelijk bent, voel je je heel ongelukkig.
H: Precies en je hebt geen rust meer.
F: Dat rennen waar we het aan het begin van dit gesprek over hadden, eigenlijk.
H: Ja, je bent nooit de tunnel uitgerend, het gaat maar door. Voor mij was de islam het einde van de tunnel.
F: We zijn er! Heel erg bedankt voor je medewerking!
H: Ik vind het een prachtig initiatief, ik hoop dat je nog meer dialogen gaat doen!