Van Gogh: 5 jaar na de moord, deel 2.

 

Parool, 28 oktober 2009.

Marcouch speelt sinds de moord op Theo van Gogh een hoofdrol in het debat over de islam in Nederland en zelfs daarbuiten. Binnenkort staat hij in de New Yorker.

Op 2 november 2004 werd Theo van Gogh vermoord. Ahmed Marcouch, nu voorzitter van stadsdeel Slotervaart, deed destijds het woord namens de Marokkaanse moskeeën. De tweede aflevering in een korte serie.

Nog bijna niemand had van hem gehoord toen hij als woordvoerder van de Unie van Marokkaanse Moskeeën in Amsterdam en Omstreken in de nasleep van de moord op Van Gogh opeens Bekende Moslim Nederlander werd. Hij organiseerde bijeenkomsten, sprak met journalisten uit binnen- en buitenland en verscheen avond aan avond in praatprogramma's. Ahmed Marcouch speelt sindsdien een hoofdrol in het debat over de islam in Nederland en zelfs daarbuiten. Binnenkort staat hij in de New Yorker.

Dat was niet voorzien in 2004. ''Het was niet mijn bedoeling om woordvoerder te worden, maar om als bestuurslid achter de schermen te werken aan de rol van de moskee. Maar de moord maakte het onmogelijk alleen met interne aangelegenheden bezig te zijn.''

''Ik heb me nooit intens aan hem gestoord,'' zegt Marcouch over Van Gogh. ''Ik was niet met hem bezig.'' Voor een groot deel van de moslimgemeenschap was hij zelfs onbekend. ''We moesten de moslimgemeenschap uitleggen wie hij was.  Dat hij moslims voor geitenneukers uitmaakte, wisten ze helemaal niet.''

Marcouch was indertijd ambtenaar van stadsdeel Zeeburg. ''Een collega zei: Van Gogh is vermoord. Ik zag het eerst als flauwe grap. Het werk ging door alsof er niet veel aan de hand was.'' Dat veranderde snel. ''Driss el Boujoufi van de Unie van Marokkaanse Moslim Organisaties in Nederland belde en zei: 'We worden gek gebeld door de pers. Wil jij de woordvoering doen?' Mijn telefoon ging daarna continu over. Voor ik het wist, zat ik bij Rondom Tien. De moord was toch een kentering en zal zeker een factor zijn geweest in mijn loopbaan, al was het maar dat ik een bekender gezicht werd.''

Zijn statement op de dag van de moord was: ''De moord op Theo van Gogh kan nooit een religieuze daad zijn.'' Marcouch nu: ''We wilden zeggen dat het niet te legitimeren valt vanuit de islam. We kozen er niet voor om te zeggen dat B. geen moslim is. Voor hem was het wel degelijk een religieuze daad. Maar we wilden duidelijk maken dat mainstream moslims dit niet zien als religieuze opdracht.''

''We spraken af dat er geen relativering zou zijn van de daad, dat we die zouden verooordelen en ons er absoluut van zouden distantiëren. In de moskee waren mensen die zeiden 'Theo heeft er om gevraagd.' Of die zich afvroegen waarom wij ons moesten distantiëren.''

Of het optreden destijds voldoende effect had, betwijfelt hij. ''Alhoewel we ons toen luidkeels manifesteerden, werd vaak gezegd dat de moslims niets van zich hadden laten horen. De gemeenschap is ook slecht georganiseerd. De gemiddelde moskeebestuurder spreekt geen Nederlands, leest geen kranten, leeft in zijn eigen moskeewerkelijkheid.''

Vijf jaar later is dat niet sterk veranderd. ''Besturen laten de jonge generatie niet toe en die gaat de strijd met zittende moskeebesturen niet aan. Discussie wordt gezien als 'fitna', chaos. Het blijft taboe om te zeggen dat het bestuur niet voldoet. Er zijn wel andere initiatieven; de Poldermoskee, studentenverenigingen en in huiskamers. Vrouwen krijgen een achterkamer in de moskee, die zouden in opstand moeten komen. Jongeren en intellectuelen moeten het falen van de moskeebesturen aan de kaak stellen.''

Na vijf jaar ontbreekt nog steeds een intellectuele voorhoede. ''De intellectuele armoede in de islamitische gemeenschap is groot. Het niveau van de imams is minimaal. In veel Arabische steden zouden ze niet eens een betrekking krijgen. Ik mis de discussie over hoe de islam gezien moet worden in de Nederlandse samenleving. Waar blijft het debat tussen imams?''

Bij de verkiezingen in 2006 werd hij lijsttrekker voor de PvdA in Slotervaart. ''Ik had me niet gerealiseerd dat B. hier vandaan kwam, tot ik opeens op straat zijn vader tegenkwam. Ik heb geprobeerd met hem te praten. Dat was moeilijk. Die man was helemaal in zichzelf gekeerd. Ik heb het later ook wel geprobeerd, maar het gezin wil helemaal niets. Ook tegenover anderen zijn ze gesloten, hoor ik.''

Het beleid dat Slotervaart ontwikkelde tegen radicalisering, kreeg  stedelijk en nationaal navolging.  ''Er liepen heel veel radicaliserende jongeren, maar er was totaal niet over nagedacht wat het stadsdeel kon doen.''

Hoe is dat nu? ''Er zijn nog veel jongeren die zorgen baren. Maar we weten meer. Onze antennes in de wijk zijn beter. Ik hoop dat als iemand aan het flippen is, we het op tijd weten en kunnen ingrijpen. Garanties kunnen we nooit geven. De aandacht glijdt al weg. Ik ben bang dat het blijft hangen in incidenten en de repressieve kant. De grote vraag blijft: hoe kun je moslims integreren in de samenleving?''

Toch zijn er ook positieve ontwikkelingen. ''We zijn als samenleving veel meer moslim-minded geworden dan voorheen. Eerst wisten journalisten en beleidsmakers er weinig van. De kennis is toegenomen. Het maatschappelijk debat is relevant geweest en heeft emanciperend gewerkt. Iedereen hekelt Ayaan. Ze was misschien niet inspirerend, maar wel prikkelend. Als je zegt 'De Koran is fout', is dat een lastige discussie. Maar als je zegt dat moslims ten onrechte de Koran gebruiken als rechtvaardiging voor huiselijk geweld, krijg je een betere discussie. Imams, die lukraak dingen riepen, werden geconfronteerd met hun antisemitische, vrouwvijandige en antiwesterse uitspraken.''

Dat kost tijd. ''Dat is een proces, waarvan je niet kan verwachten dat het klaar is. Ik hoor vaak: 'Laat het islamdebat toch rusten.' Maar als je nu wegkijkt, kan de integratie stagneren. Het is niet klaar. Als we genoegen nemen met wat we hebben bereikt, worden we over een tijdje weer geconfronteerd met een drama.''

(ADDIE SCHULTE)

<- Terug naar de pagina van Ahmed Marcouch